is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fascisme en de nieuwe vrijheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvattingen, die in de tweede helft der vorige en het eerste kwart van deze eeuw geheerst zouden hebben.

Als zodanig staat het allerminst alleen. Zó talrijk zijn de groepen, die het materialisme verontwaardigd afwijzen, dat men zich afvraagt, of er werkelijk wel ooit een noemenswaard aantal aanhangers van die materialistische opvattingen is geweest. En of het materialisme — gesteld, dat het een gevaar is — wel ooit een ernstige bedreiging is geweest. Tegen het materialisme verklaren zich è.1 de aanhangers der oude godsdiensten en è.1 de aanhangers der moderne religies en spiritualistische groeperingen en secten. Tegen het materialisme richten zich alle beschaafde en ethische liberalen, alle met ridderlijke en vaderlandse deugden beladen conservatieven en reactionairen. En waar is het materialisme bij de socialisten? De grote Utopisten, de idealistische pioniers, de humanitaire en religieuse cultuur-socialisten, zij allen weigeren zich bij de materialisten te laten indelen. En de marxisten, die dan als de materialisten bij uitnemendheid beschouwd worden, hebben er steeds verontwaardigd tegen geprotesteerd, als ze in één hokje gestopt werden met de „mechanistische” of de „vulgaire materialisten van het type Büchner. En dat waarlijk niet alleen, omdat zij op filosofisch gebied het onderscheid tussen hun „historisch” en „dialectisch” materialisme en het „mechanische der Franse 18e-eeuwers en hun Duitse navolgers in de 19de eeuw, duidelijk wilden doen uitkomen, maar ook, omdat zij niets gemeen wilden hebben met wat in het gewone spraakgebruik voor materialisme doorgaat. Zo groot was de angst, ingedeeld te worden bij de materialisten in de morele betekenis van het woord, dat vele marxisten er zelfs toe overgegaan zijn, te vertellen, dat het „historisch-materialisme” geen wereldbeschouwing is, en dat het verenigbaar zou zijn met iedere idealistische filosofie (bij voorbeeld die van Kant, of die van Spinoza), terwijl het op het terrein der moraal „aangevuld” zou moeten worden. Slechts zeer weinig marxisten verkondigden onomwonden hun materialisme. Wel werd door de meesten hunner de stelling aanvaard, dat alle ideologieën en dus ook alle moraal-opvattingen en alle idealen een economische grondslag hebben, maar daardoor werd het morele idealisme niet weggecijferd, er werd slechts aangegeven, dat het aan beperkingen gebonden was.

Waar is dan in zulk een wereld, waarin slechts een handjevol mensen—ongepolijste kapitalisten, onbeschaafde arbeiders, fana-