is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fascisme en de nieuwe vrijheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mythe der uitverkiezing en om de macht van de uitverkoren groep. Doch wat een eenvoudige zaak zou zijn, als men het stelde zoals het is: „Wij, Duitsers, geloven sterk genoeg te zijn om de wereldheerschappij te kunnen veroveren”, wordt door mythologisering, tot een toverdrank van bloed, bodem, scheppende begaafdheid, cultuurdragerij etc. etc., welke toverdrank allen naar het hoofd stijgt, die in de uitwerking ervan geloven.

Hier hebben wij tevens een voorbeeld van het onderscheid, dat bestaat tussen een mythe in z’n oorspronkelijke vorm, en in z’n gevulgariseerde vorm. De mythe van het Arische ras, bij Gobineau, was in ieder geval een hypothetische geschiedfilosofie, die de historici tot vruchtbare onderzoekingen kon inspireren. In haar vulgaire vorm, bij de horden, leidt ze alleen tot moord en doodslag, tot oorlogen en uitroeiing van overwonnenen.

Neem (omdat het voorzichtiger is over het verleden te spreken dan over hoofden van bevriende staten) het geval Mohammed. Hier hebben we een mythe, die noch zeer oorspronkelijk, noch bizonder vruchtbaar is (naar haar ideeën-inhoud beoordeeld). Maar ze is sterk genoeg om den man, die haar schept en door haar geïnspireerd wordt, tot een zekere machtsvorming te brengen. En de gevormde macht blijkt indrukwekkend genoeg om een volk te fanatiseren, en, bij afwezigheid van belangrijke tegenkrachten, in het veroveren van een wereldrijk te helpen. Wat er in dit wereldrijk aan cultuur ontstaat, is door het ovememen van het bestaande, ondanks de heersende mythe en tegen die mythe in, tot stand gebracht. Iets anders dan veroveren en vernietigen kunnen de door de mythe van Mohammed bezeten volken blijkbaar niet. En de kracht van het Ottomaanse rijk berust reeds niet meer op de geestelijke kracht van de Islam, maar op de merkwaardige organisatie van getrainde slaven, de Janissaren, een „totalitaire” organisatie, die enige eeuwen stand houdt, dan ontaardt en tenslotte vernietigd moet worden om het verder leven van de staat mogelijk te maken.

De oorspronkelijke mythe wordt daardoor echter niet gered, laat staan tot nieuwe levenskracht en bloei gebracht. Men moet nieuwe krachten putten uit de Westerse cultuur. De „vooruitgang”, de „democratie” en het „nationalisme” zijn de drijfkrachten der vernieuwers, die bij hun streven de oude mythe als reactionnaire tegenkracht ontmoeten, en die er slechts in