is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar was intuschen Petrus heengegaan?

„Hij ging heen naar een andere plaats." Petrus heeft niet alleen Jeruzalem, maar geheel het landsgebied van den koning zoo spoedig mogelijk moeten verlaten, om aan de bedoelingen zelf van de Voorzienigheid, die hem in veiligheid wenschte, te beantwoorden. Het stond immers vast, dat de teleurgestelde vorst niets zou nalaten, om hem weer in zijn macht te krijgen.

Bij de apostel vergadering (49) vinden we hem in Jeruzalem terug: het gevaar is dan reeds lang geweken. Waar heeft hij den tusschentijd van ongeveer zes jaren doorgebracht?

Wanneer na eenige jaren bij het begin der groote missie-tochten de leiders der Antiocheensche kerk worden opgenoemd, is Petrus niet daarbij. Het is dus uitgesloten, dat hij langen tijd in Antiochië zou vertoefd hebben.

Er stonden trouwens vele andere mogelijkheden open. Petrus kon, zooals velen vóór hem, en eenmaal de heilige Familie zelve, langs den zeeweg of den woestijnweg naar Egypte gevlucht zijn, en in Alexandrië of elders eenigen tijd hebben doorgebracht. Hij kon ook den weg naar Joppe zijn ingeslagen, waar hij reeds bekend was en bij goede vrienden een schuilplaats zou hebben gevonden. Daar kon hij een schip genomen hebben, dat hem naar een der dichterbij gelegen havens aan de kust van Phenicië of naar een verder gelegen haven aan de kusten der Middellandsche Zee zou kunnen brengen.

De tekst der Handelingen laat ons volkomen in het onzekere. Maar het ontbreekt niet aan uitspraken, reeds uit de Oudheid, die Rome aanwijzen als de plaats, waar hij zich vestigde. De geschiedkundigen Orosius, Eusebius en Hieronymus plaatsen in het begin van Claudius' regeering, dus in den tijd van Petrus' vlucht, een eerste komst van Petrus te Rome. Het is zeker, dat er reeds een bloeiende kerk in Rome bestond, toen de apostel Paulus in 58 zijn Brief aan de Romeinen schreef. Terwijl in Azië en OostEuropa nieuwe kerken juist gesticht werden, was het christendom in Italië reeds gevestigd, en knoopte de kerk van Rome betrekkingen met de pasbekeerde geloovigen van het Oosten aan, die den ijver der Romeinsche christenen deden bewonderen.

Zelf koesterde Paulus reeds sinds jaren het verlangen, Rome te bezoeken, niet om er te prediken, maar om er de geloovigen te groeten en met hun hulp naar Spanje verder te reizen. De apostel is niet gewoon — zoo voegt hij zelf erbij —, voort te bouwen op