is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorm reeds werd voorgehouden aan de „godvreezenden", die den waren God erkenden, en de Joodsche synagogen bezochten. Het voorstel van Jacobus komt dan hierop neer, dat de heiden-christenen niet als Joodsche proselieten mochten worden beschouwd, zooals de Judaïzanten wenschten, maar wel de levenswijze van de godvruchtige buitenstaanders der Synagoge zouden volgen. In vergelijking met besnijdenis en Mozaïsche Wet zijn de punten, door Jacobus opgesomd, licht te noemen. Het is zelfs waarschijnlijk, dat ze bij de heiden-christenen, die voor een deel uit de „godvreezenden" voortkwamen, reeds in gebruik waren.

Zoo is het te begrijpen, dat Jacobus' woord door allen, die aan de besprekingen deelnamen, met bijval werd ontvangen. Het princiep der vrijheid, door Petrus uitgesproken, werd gehandhaafd: men had reden, den apostel der Joden-christenen voor zijn ruimdenkende en vrijmoedige uitspraak dankbaar te zijn. Eensgezindheid en liefde zouden door wederzijdsch eerbiedigen van vrijheden en ontzien van gevoeligheden bevorderd worden. In de ééne Kerk van Christus zouden zonder schade twee vertakkingen tot ontwikkeling kunnen komen, in den éénen hechten wortel van geloof en liefde gevestigd! Men besloot de eenstemmig genomen beslissing op schrift te stellen, en den brief aan Barnabas en Paulus voor Antiochië mee te geven: het authentieke antwoord op de aanvraag dier kerk. Eenige afgevaardigden uit Jeruzalem zouden aan de ambassade worden toegevoegd, om het schrijven te waarborgen, en den inhoud ervan in den geest der vergadering toe te lichten.

Zoo wilde de moederkerk het in haar gestelde vertrouwen beantwoorden.

Na de onrust, overal door de verbreiding der nieuwe meeningen gewekt, zou het besluit der vergadering, dat een geest van mildheid ademde, de kalmte in de gemoederen terugbrengen. Als afgezanten van Jeruzalem werden door al de verzamelde geloovigen Judas Barsabas en Silas gekozen, mannen van profetische gaven en van aanzien onder hun broeders.

Het schrijven luidde als volgt:

„De apostelen en de priesters, als broeders aan de broeders uit de heidenen in Antiochië en Syrië en Cilicië: heil!

Daar we vernomen hebben, dat sommigen, van ons uitgegaan, zonder dat wij hun opdracht gegeven hadden, u door hun woor-