is toegevoegd aan uw favorieten.

De zonde in den tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord: opdat hij de onmiddellijk hierna volgende zware operatie zonder pijn zou doorstaan. Anderen: omdat de nu komende scheppingsdaad Gods geen menschelijk ooggetuige toeliet. Deze verklaring lijkt ons inderdaad in den samenhang der bijbelsche voorstellingen uitstekend te passen. De oorsprong van den mensch wordt ook elders in de gewijde geschriften van het Oude Testament gaarne beschouwd als behoorend tot de

„things not reveal'd, which the invisible King only omniscient, has suppressed in night,

to none communicable in Earth or Heaven",

als iets buitengewoon geheimzinnigs, waarvan God alléén het mysterie kent, omdat Hijzelf alléén daarvan de bewerker is; vgl. Ps. 139, 13—16; Job 10, 8—12; Prediker 11, 5; 2 Macc. 7, 22—23. Nog anderen — waaronder ook Sint Augustijn — hebben aan dezen toestand van bewusteloosheid een voorstelling vastgeknoopt, die in zekeren zin op het tegengestelde uitloopt. Adam zou in dezen slapenden toestand geen kennis gemist, maar juist kennis verkregen hebben. Terwijl hij bewusteloos lag, zou God hem namelijk velerlei openbaringen hebben gedaan omtrent oorsprong en bestemming der vrouw, omtrent het huwelijk en de wederzijdsche verhouding tusschen man en vrouw, enz. Aanleiding tot deze opvatting bood de invloedrijke grieksche LXX-vertaling die t.d.p. den toestand van bewusteloosheid, waarvan de tekst spreekt, weergegeven heeft met het woord „extase". Deze term nu riep als vanzelf de herinnering op aan den toestand van „geestvervoering", waarin de profeten van het Oude Verband niet zelden Gods openbaringen ontvangen hebben, en daarom meende men dat Adam onder deze „extase" ook dergelijke mededeelingen Gods ontvangen moest hebben.

nam vervolgens een van zijn ribben weg, namelijk de „dertiende rib aan den rechterkant" als men den Targoem Jeroesjalmi I gelooven wil. Intusschen blijft de juiste beteekenis van het woord dat wij in dit vers met „rib" vertalen, wel iet of wat onzeker. Men heeft voor dezen term nogal uiteenloopende afleidingen en vertalingen voorgeslagen. Vergelijking met de overige plaatsen waar ditzelfde woord in het Oude Testament vóórkomt, pleit wel eenigszins voor vertaling door ons woord „kant" of „zijde". Maar, als dat werkelijk de bedoeling was geweest, zou de tekst hier dan de partitieve uitdrukking „één van —"