is toegevoegd aan uw favorieten.

Electro- en verlichtingstechniek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In fig. 17 zijn de e- en i-krommen getekend, en tevens op een bepaalde schaal op elk moment het product e i uitgezet. Het gemiddelde vermogen vinden we nu uit

1 T [n

W=—/ eid «=—/ emax sina imaxsin (a + o) da =

J O J o

rn

1 / 1 71

~ — emax 'max cos 0 / si"2« d “ = ~ emax 'max cos 0 T

'J O

cos 0

ma* max

2

_ Ss, COS 0

1/ 2 J/ 2

= Eeff • 'eff cos 0

d.w.z. voor een wisselstroom, die de spanning over een /_a naijlt, is het vermogen gelijk aan het product van den effectieven stroom en spanning vermenigvuldigd met den cosinus van den naijlingshoek.

De belasting, waarDij een naijienae siroom opireeui, iiuemen wij ccn inductieve belasting, en den factor cos 0 den arbeidsfactor, die gewoonlijk kleiner is dan 1.

Het vermogen bij een inductieve belasting is dus niet Eejj X lejf, maar dit product X de arbeidsfactor.

In een electriciteitsbedrijf vormen de motoren en transformatoren een inductieve belasting, zodat hierbij de stroom steeds de spanning zal naijlen; cos 0 varieert gewoonlijk van 0,7 tot 0,8, zodat 0 = — 36 . Sluiten we een smoorspoel op een wisselspanning aan, dan zal 0 — 90° zijn, zodat cose = 0.