is toegevoegd aan uw favorieten.

Electro- en verlichtingstechniek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 2.

DE TRANSFORMATOR.

§ IX. DE EENFASE TRANSFORMATOR.

Wij hebben in één der voorgaande hoofdstukken reeds vermeld, dat het overbrengen van grote vermogens over grote afstanden aileen mogelijk is met wisselstroom bij hoge spanningen.

Het verhogen van de dynamospanning geschiedt door middel van den transformator.

Terwijl het opwekken van een electrische spanning door beweging aeschiedt. wordt een SDanninqsverhoging resp. verlaging verkregen

door een stilstaand apparaat: de transformator.

De éénfasetransformator bestaat uit een kern, samengesteld uit weekijzeren platen van elkaar geïsoleerd door een dun laagje papier, en 2 spoelen, nl. de primaire en de secundaire spoel (zie fig. 19), de prim. met wlf en de sec. spoel met w2 windingen.

Wordt de prim. spoel aan een wissel¬

spanning Ej aangesloten dan zal deze een geringen wisselstroom (den nullaststroom) opnemen, die in de kern een wisselend magnetisch veld 0 onderhoudt, dat weer een wisselspanning E2 in de sec. spoel induceert, en wel volgens de formule: d 0

e — • 10—8 v voor 1 winding en

d t

voor w2 windingen

d 0

e2 = — w2 -jpj- ’ 1°-® V

doch ook in de prim. spoel zal een spanning worden geinduceerd, en wel de Emk van zelfinductie, die gevonden wordt uit

d 0

ei = “ wi dT 10 V

en ten naaste bij zo groot is als de aangelegde klemspanning Ej. Er ontstaat nl. een zeer geringe nullastroom, niettegenstaande de weerstand van deze spoel zeer gering is. We zeggen, dat de Emk van zelfinductie slechts zoveel stroom zal doorlaten, als er nodig is