is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen kan, nooit genoeg kan laten voelen, hoeveel ik van je houd. Je hebt toch ook geen spijt, dat je met me getrouwd bent, is ’t niet?”

Antonia stak haar hand uit. „Ik hou van je, Zoltan.”

„Ik zal alles met je bespreken, ik zal geen stap doen zonder jou. Ik zou alleen willen, dat je nog een beetje geduld met me hebt. We moeten nog een paar jaar bescheiden leven en we moeten van sommige dingen afstand doen, omdat ik nog niet genoeg geld verdien. Maar later zullen we wel geld hebben, veel geld en jij zult ons geld natuurlijk beheeren. Zoodra we thuis zijn, zal ik met Nadai spreken.”

„Met Nadai? Wil je dan bij hem blijven?”

„Dat hangt er van af, of hij me een fatsoenlijken werkkring en een inkomen kan garandeeren. We moeten ons niets van zijn vrouw aantrekken. Met Magda heb ik niets uit te staan.”

„Maar als jullie elkaar toch ontmoeten?”

„Voor mij is ze dood, geloof me.”

„Laten we met ons definitief besluit wachten, tot we vader gesproken hebben. Ik weet, dat je het niet prettig vindt hulp van hem te accepteeren, maar ik geloof, dat je daar geen reden voor hebt. Het is altijd zoo geweest, dat ouders de jongelui hielpen en vader is ook geen vreemde voor je. Vader heeft veel invloed, misschien kan hij je een beter baantje bezorgen. Dat bij Nadai is toch niet je ware. Het is niet makkelijk met volle toewijding te werken bij den man, met wiens vrouw je een liaison gehad hebt. En vader en moeder zijn nu zoo aardig voor ons. Ze hebben een woning gehuurd voor ons en heelemaal gemeubileerd, het zal zeker een mooie woning zijn. Doe me nu een genoegen en probeer een beetje van hen te houden.”

Ze zaten dicht naast elkaar eri maakten plannen voor de toekomst. Het gebouw, dat ze nu op hun reis van Venetië naar Budapest bouwden, was wonderbaarlijk eenvoudig en helder. Het was het huis, waar het geluk in woonde. Ze werkten een heel gedetailleerd plan uit, ze spraken af, hoe laat ze op zouden staan en naar bed gaan, hoe dikwijls ze naar den schouwburg zouden gaan en wanneer ze gasten zouden ontvangen, wanneer ze zouden wandelen en aan sport doen, wat voor personeel ze zouden nemen. Ze hadden het gevoel, dat ze nu heel veel van elkaar hielden, dat ze nu iets in elkaar ontdekt hadden, wat ze tot nu toe nog niet gekend hadden. En toen ze bij hun aankomst glimlachend en ontroerd uit den trein