is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je, ik kan je mijn gevoelens niet behoorlijk uitleggen. Ik zit hier op kantoor, en kan mijn aandacht niet bij het werk bepalen, met mijn gedachten ben ik voortdurend bij jou. Ik kan niet leven als je niet van me houdt. Vergeef me, dat alles niet zoo gaat als het moest, mijn eenige wensch is je gelukkig te zien. Vergeef me mijn fouten, Tony. Je Zoltan.” Zoo is het goed. Hij liep naar beneden en stuurde den brief met een bouquet bloemen weg, toen keerde hij opgewekt naar zijn werk terug. Vooruit, werken! Wat een onzin .. . met dien kruidenier Braun en zijn geld ... Wanneer zal de tijd komen, dat hij zelfstandig zal zijn en niet iederen cent hoeft af te rekenen, thuis niet en hier niet. Werken, vooruit! Waar moet hij nu die vervloekte acte van Braun leggen? Goed diep onder de andere. Of nog beter: wegsluiten m de la.

Antonia was blij met de bloemen Dat was toch aardig van hem! Een beetje zonneschijn na een verschrikkelijken nacht. Hij voelt zich dus blijkbaar schuldig, maar hij wil zich beteren. Jammer, dat je na zulke scènes niet zoo blij kunt zijn, als je wel wilde... je bent moe, bitter en wantrouwend. En waar haalt hij het geld vandaan om zooveel bloemen te koopen? Zou hij van zijn geld achterhouden? Het schijnt, dat hij dikwijls liegt! Ik moet er achter zien te komen, hoeveel zijn inkomsten zijn. Maar hoe kan ik dat te weten komen? Ik moest eens met Nadai kunnen spreken. Maar het is toch aardig, dat hij bloemen gestuurd en excuus gevraagd heeft.

Jammer, dat ze zoo’n hoofdpijn heeft. Ze heeft erge hoofdpijn en haar lichaam doet pijn of ze geradbraakt is.

37

„Zit niet altijd zoo thuis kind, kom, laten we eens een stuk gaan wandelen,” zei Haller tegen zijn dochter. Het was ongeveer twaalf uur, een koude, heldere winterdag. De donkere lijnen van de boomen, de grauwe huizen, de hardgevroren sneeuwhoopen waren scherp en duidelijk geteekend in de ijle winterlucht. Antonia vroeg al niet meer, wat hij eigenlijk op dit ongewone uur, dat toch werktijd was, bij haar deed. Ze raakte er langzamerhand aan gewend, dat Haller op de meest ongeregelde uren bij haar kwam aanzetten.

„Tony, je bent heelemaal veranderd. Je zit eeuwig thuis en je trekt een gezicht als een Oostersche wijsgeer. Je gaat heele-