is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar heeft u dan geen afkeer van me?”

„Nee, daar is geen sprake van,” zei Haller. — Wat ben ik een origineele man! ... stelde hij bij zichzelf vast. Een andere man in mijn plaats zou het hof maken aan een vrouw uit zijn eigen kringen. Iemand van mijn financieele mogelijkheden zoekt een knap gescheiden vrouwtje uit of een jonge tooneelspeelster. Ik heb altijd mijn eigen weggetje bewandeld. Ik heb gevochten voor een positie, die ik uit mets heb opgebouwd. Zoo doe ik ook met een vriendin voor me. Dat is nu eenmaal mijn stijl. Ik heb altijd de mannen veroordeeld, die stilletjes een liaison hadden, ik heb nooit iets te doen willen hebben met dat verstoppertje spelen in donkere zijstraatjes, maar er komen situaties, waarin je gedwongen bent je opvattingen te herzien. Die opvattingen zijn dikwijls ook alleen maar vooroordeelen. Ik stik in die benauwde atmosfeer, waarin ik verzeild geraakt ben. Ik verliet alle aanknoopingspunten met de mensenen, in mijn gewone milieu zoek ik tevergeefs naar iemand, die me begrijpt, naar een beetje warmte; waarom zou ik geen gevoel mogen hebben, waarom moet ik dan leven? Dit eenzame, bekrompen leven is zoo troosteloos. Een leven in wording is mooi. Deze vervolgde, door iedereen onteerde vrouw zal opbloeien onder mijn handen. Dat geeft me dan iets, waarover ik me kan verheugen.

Etel Mikovits wachtte met een nerveuse nieuwsgierigheid op zijn eerste bezoek. Ze had likeur en wat gebakjes gekocht en de radio aangezet. Ze was op alles voorbereid, Rudi had haar aangeraden voorloopig alles lijdelijk te verdragen en te doen wat de „ouwe” wilde. Maar de ouwe kwam en wilde niets. Hij glimlachte, was blij en voelde zich op zijn gemak, hij was blij over het resultaat van zijn werk, was blij, dat hij hier mocht zijn en over allerlei dingen onbezorgd kon praten. „Dit is mijn Homola” dacht hij glimlachend en bekeek nauwkeurig alles in de kleine woning. Hij gaf verschillende raadgevingen: de radio stond midden op de tafel, die zette hij in een hoek op een stoel en zei, dat ze er een tafeltje voor moest koopen. Hij vroeg, of ze van bloemen hield, want hij vond de woning zonder bloemen kil en ongezellig. Het koperen bed vond hij te groot voor de kleine kamer, hij meende, dat een bed niet zoo erg noodig was, een divan, die ze ’s avonds op kon maken, zou toch ook wel voldoende zijn? Hij gaf haar geld, een heel behoorlijk bedrag, dat voor de uitgaven van Etel voor een maand rijkehjk genoeg zou zijn. Hij nam ook een keer haar hand en wenschte haar