is toegevoegd aan uw favorieten.

Jamboree logboek 1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

’t Was dus wel duidelijk, dat een Wereld-Jamboree in ons land in hoofdzaak met en door eigen kracht tot stand zou moeten komen.

Intussen werd niet alleen van uit de beweging hier, maar ook door het Internationale Bureau, de Internationale Conferentie in 19 3 5 te Stockholm en den Chief zelf aangedrongen om de uitnodiging tot het houden van de Wereld-Jamboree in Nederland toch wel te versturen. Daar zou in de padvinderswereld algemeen hoge prijs op gesteld worden. Terecht meende de Hoofdverkenner dit niet te mogen doen zonder de steun van de Nederlandse regering. En voort zette hij zijn pogingen. Op particulier initiatief, uit de vereniging zelf voortgekomen, werd inmiddels aan een garantiefonds gewerkt.

’N JUICHKREET

Wat een juichkreet ging er door de Nederlandse beweging, toen op 2 p October 1935 in een schrijven van den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen financiële steun van ƒ 20.000 door de regering werd toegezegd. Een week

later kon de Hoofdverkenner aan de Nederlandse Padvinders meedelen, dat het Jamboreefonds bijeen was, de steun der regering toegezegd en de uitnodiging tot het houden van de Vijfde Wereld Jamboree in Nederland aan het Internationale Bureau te Londen was verzonden!

In de voortvarende districten ’t Gooi en Haarlem was men toen reeds druk doende gegevens te verzamelen om de beslissing te vergemakkelijken welk terrein in aanmerking zou komen voor het wereldkamp. Was eerst de omgeving van Arnhem ter sprake gebracht, thans richtte de aandacht zich op Laren en Vogelenzang. De voor- en nadelen werden, in verband met de geschiktheid als padvinderskampeerterrein, met de watervoorziening, het verkeer, de publieke belangstelling, het vervoer, enz. nauwkeurig overwogen en tegen elkaar afgemeten. Dit onderzoek was grondig en nam veel tijd door het grote aantal instanties met wier deskundig oordeel rekening gehouden moest worden, ’t Ongeduld van de velen die op een beslissing aandrongen kwam in de pers tot uiting. Doch de beslissing was aan hen, die de verantwoording te dragen zouden hebben. Ongetwijfeld zou een Jamboree in het Gooi het gemakkehjkst te organiseren zijn, maar even zeker was het, dat een Jamboree te Vogelenzang het best de toets zou kunnen doorstaan met de prachtige landgoederen, waar in 1929 bij Birkenhead en in 1933 bij Buda-Pest de Jamboree’s waren gehouden. Weliswaar waren beide terreinen toenmaals gratis ter beschikking gesteld der beweging' terwijl er hier, behalve dat er vele moeilijkheden overwonnen moesten worden, ook veel geld mee