is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe de oudste Edelman in Castiliën een’ verdorden tak moedig van zijn’ bloeijenden boom snijdt; ziet gij, ik grijp de pen, ik doop ze in den inktkoker, nader dit kostelijke gedenkteken. (Hij gaat naar den stamboom.) Ik heffe mijn hand omhoog — nog is het tijd, Maria, verlaat deze onwaardige Gade.

Maria: Ach mijn Oom! ik kan niet.

Don Ranudo: Nu, zo haal ik door den naam Maria een’

dikken streep, zo zinke hij neder in den zwarten nacht van den inkt en roemlooze vergeetenheid van zijn lot.

(Von Kotzebue, blz. 140: ruhmlose Vergessenheit sey ihr' niedriges Loos.)

Donna Olimpia: Zo mijn Gemaal, die wraak is edel (Von Kotzebue : graszlich) maar rechtvaardig.”

Hieruit blijkt wel duidelijk, dat deze bewerking niet vervelend is, zoals die van Lentfrinck ; maar een werk van Holberg is ze evenmin als deze!

Fokke Simonsz heeft Von Kotzebue vrij gevolgd, zoals ook op het titelblad is afgedrukt. De afwijkingen zijn niet talrijk en van weinig betekenis. Bij Fokke Simonsz spreekt b.v. de boer, die optreedt in het 4e toneel van het 3e bedrijf, dialect, wat ik bij Von Kotzebue niet heb kunnen konstateren; het 2e toneel van het 4e bedrijf, een alleenspraak van Leonora, is door Fokke Simonsz sterk bekort. Verder komen er enkele niet geheel juiste vertalingen voor.

Deze vertaling is, voor zover ik heb kunnen nagaan, nergens besproken; het is mogelijk, dat het stuk in deze tekst is opgevoerd door I. Gras in het seizoen 1831—’32 (zie het volgende hoofdstuk), daar het vermeld wordt onder de titel „Don Ranudo de Colibrados”, terwijl de andere vertalingen de titel „De Hovaardy en Armoede” en „Hovaardye en Armoede” hadden.

Tot slot volge een citaat met de tekst van de drie oude Nederlandse vertalingen naast elkaar ter vergelijking: eerst de oude prozavertaling, vervolgens de berijming van Lentfrinck, en ten slotte de tekst van Fokke Simonsz. Het 2e toneel van het 3e bedrijf, waar Pedro bij Don Ranudo terugkeert, nadat hij