is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rollen en het slecht uitbetalen der salarissen; ook voor decors en kleren werd weinig geld beschikbaar gesteld, zodat het peil van de voorstellingen sterk daalde, en de beste toneelspelers de schouwburg verheten. Ook had men steeds te kampen met de kritiek der tegenstanders van het toneel. Tussen 1795 en 1820 trad een tijdperk van bloei in; gedurende deze jaren werd de schouwburg bestuurd door uitstekende commissarissen, en onder de toneelspelers waren tal van grote talenten. Na 1820 daalde het peil van het toneelspel weer sterk.

In de andere steden heersten overeenkomstige toestanden. Rotterdam x) kreeg in 1774 zijn schouwburg, die eerst door Punt, vervolgens door Corver bespeeld werd; hierna volgden de gezelschappen elkander snel op; de schouwburg werd niet altijd op de juiste wijze beheerd. Tussen 1795 en 1860 had hij geen vaste bespelers, maar afwisselend traden er de Hagenaars en de Amsterdammers op. In Den Haag 1 2) had al in 1660 een vast gezelschap onder Jan Baptiste van Fornenburg3) voorstellingen gegeven. Tussen 1764 en 1786 speelde Corver er, die er een schouwburg stichtte (in de Assendelftstraat). Gedurende het einde van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw gaven hier verschillende ensembles opvoeringen. Dezelfde toneelspelers, die in Den Haag speelden, traden ook herhaaldelijk te Leiden op. 4) (Zo begon

1) Zie P. Haverkorn van Rijsewijk : De oude Rotterdamsche Schouwburg.

2) Mijn gegevens over het Haagse toneel vond ik in:

Mr. L. Ph. C. van den Bergh : ’s Gravenhaagsche Bijzonderheden, 2 dln. 1857 en ’59.

De vergunning tot het bespelen van den Koninklijken Hollandschen Schouwburg te ’s Gravenhage en hare geschiedenis. 1853—1878. Met bijlagen door Mr. A. Wm. Jacobsen, ’s Gravenhage 1879. Haagse couranten.

3) Deze trad ook in het buitenland op : in Noord-Duitsland en te Stockholm. Zie Logemans artikel in Danske Studier, 1924, blz. 181—184: „Hvem var Holbergs Jean Baptiste?” In „Jean de France”, 1,1, wordt een zekere „Jean Baptiste” genoemd; Logeman acht het niet onmogelijk, dat dit Van Fornenburg is geweest, die dan misschien ook te Kopenhagen zou zijn opgetreden.

4) Mijn gegevens over het Leids toneel vond ik in:

„Beknopt overzicht van de geschiedenis van het Leidsch toneel” door Mr. L. H. J. Lamberts Hurrelbrinck, Leiden, 1890.

J. M. F. Dercksen : „Iets over den Leidschen Schouwburg in de achttiende eeuw”, 1875.

Klikspaan, Studentenleven, 1884.

Leidse couranten en programma’s.