is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij Holberg voor, wat echter uiteraard geen invloed bewijst. Van Holbergs geest, zijn zin voor humor, zijn moralistische tendens is echter bij Van Elvervelt geen spoor te bekennen; slechts enkele motieven en figuren zouden aan Holberg ontleend kunnen zijn, en deze laatste nog maar ten dele: over de lippen van Van Elvervelts knecht Flip komt geen geestig woord! Holbergs invloed is dus maar zeer aan de oppervlakte gebleven.

Verder heb ik geen invloed van betekenis, die van Holbergs blijspelen zou kunnen zijn uitgegaan, kunnen ontdekken. In het artikel in „De Tooneelkijker” van 1819, geschreven naar aanleiding van de opvoering van „Hoovaardye in Armoede”, treffen we de mededeling aan, dat een blijspel, getiteld „Mr. Musard” een flauwe navolging van Holbergs „De Bezige” zou zijn. Het stuk is van de hand van den Fransman Picard, en in het Nederlands vertaald onder de titel „De Beuzelaar, of Waar blyft de tyd?” Het vertoont m.i. tamelijk weinig overeenkomst met Holbergs komedie.

In „Het Kabinet van Mode en Smaak”, 1791 (deel I, blz. 435) wordt medegedeeld, dat er van „Hovaardy en Armoede” verscheidene Nederduitse vertalingen en naarvolgingen voor handen zijn”. Welke werken de schrijver hier bedoelen kan, is me niet duidelijk.

Holbergs bekendheid moet betrekkelijk groot geweest zijn, zoals men niet alleen uit de vertalingen van vele zijner werken en de herdrukken daarvan, maar ook uit sommige uitspraken, voor een deel uit de achttiende-eeuwse tijdschriften, kan opmaken; toch wordt hij niet zo vaak genoemd, als men zou kunnen verwachten. Het meest bekend zijn wel zijn blijspelen geweest. De uitdrukking „Politieke tinnegieter” hoeft niet aan Holbergs stuk fan die naam te zijn ontleend; dit was zowel hier te lande populair als in Duitsland, waar het veel vaker is opgevoerd dan hier.1) „De Hovaardye in Armoede”

1) Ook uit een anekdote in het „Kabinet van Mode en Smaak” I, 1791, blz. 245, blijkt een zekere bekendheid van dit blijspel van Holberg; de anekdote luidt als volgt: „In een zekere stad van Duitschland kondigde de aldaar speelende troep voor het eerst: de Jagtpartij van Hendrik de IV. aan: zijn de lieden dol, vroeg de aldaar regeerende Burgemeester: zoo veel paarden en honden zouden zeker een schriklijk ongeluk aanrichten — vast kwamen