is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar tenslotte waren het alleen zij en zijn stief-grootmoeder Maria-Theresia, die zich meer in het bijzonder voor den jongen Karei interesseerden. Zoo wende hij er vroegtijdig aan raad van vrouwen in te winnen, hetgeen in de toekomst de meest noodlottige gevolgen zou hebben. Alles tezamen genomen was aartshertog Karei een goede jongen, niet overmatig begaafd, niet overmatig ijverig en weinig eerzuchtig.

Frans-Ferdinands invloed nam inmiddels gestadig toe. In 1913 werd hij tot inspecteur-generaal van de gezamenlijke weermacht benoemd, waarmee de Keizer hem in feite het opperbevel over leger en vloot afstond. Het was niet uit overtuiging, maar uit noodzaak, omdat de oude Frans-Joseph tegen het taaie boren van den troonopvolger niet meer bestand was. Met het ambt van inspecteurgeneraal werd Frans-Ferdinand tevens een generale staf toegewezen. En deze generale staf constitueerde zich weldra tot een militair cabinet, dat zich even grondig met diplomatieke en politieke als met militaire zaken bezighield, zoodat men met recht van een nevenregeering van Frans-Ferdinand kon spreken. Aldus verwierf de troonopvolger zich langzaam maar zeker een beslissenden invloed op de buitenlandsche politiek.

Bij de begrafenis van den Hongaarschen generaal Fejérvdry verscheen hij in Weenen voor het laatst in het openbaar. Men bewonderde zijn hooge, krachtige gestalte, zijn élégance en de waardigheid in zijn optreden. Hij scheen een geboren heerscher, een vorst, die zijn land eer zou aandoen. In Berlijn, in Londen, in Petersburg, aan alle buitenlandsche hoven stond hij hoog in aanzien. Kortom, Frans-Ferdinand had zich den bodem tot zijn toekomstig heerscherschap overal met tact en bekwaamheid bereid. ‘)

*) Schneider: Kaiser Franz Joseph I.