is toegevoegd aan uw favorieten.

Examenopstellen assistentscursussen 1923-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriften, naslagbibliotheek en werkgelegenheid beantwoordt aan de informatieve-; de uitleening met zijn handboeken, belletrie en leengelegenheid aan de studie- en ontspanningsbehoeften. Wat acht gij van grooter belang uit sociaal-paedagogische overwegingen: d.i. als geestelijke weerbaarheidsfactor ? — 3. Naast deze centrale vraag zijn er bijkomstige, zooals: heeft men te maken met een groote of een kleine plaats; is de bevolking gemengd of hoofdzakelijk uit arbeiders, plattelanders, enz. bestaand; wordt een centrale gesteund door wijkbibliotheken; wat zijn vergelijkenderwijs de exploitatiekosten der beide afdeelingen ; en in verband daarmede de bijdragen in die exploitatie door de belanghebbenden met hunne contributies: enz.

24. — De naslag- en de uitleenbibliotheek; hun karakter, eischen en mogelijkheden. (1929).

1. Kies als uitgangspunt het onderscheid tusschen boeken die men leest, en geschriften die men raadpleegt; zulke die men bestudeert, en zulke waarvan men kennis neemt. .— 2. Zoek het verband met dit onderscheid en b.v. den tijd gedurende welken de gebruiker op geschriften uit beide kategorieën beslag wil of moet leggen ;’den omvang, de verschijningswijze, den vorm der geschriften. — 3. Een lezer, die leener wil of moet zijn, en een lezer, die alleen raadpleegt of kennis neemt van, stellen ieder andere eischen aan : localiteit, bedieningswijze, voorlichting, sfeer, boekenaantal en verscheidenheid, catalogi. Stel dus tegenover elkaar: inrichting van uitleenbureau en zaal; opstelling van (open of gesloten) boekenmagazijn en naslagboekerij; uitleenadministratie en leeszaaladministratie; kaartcatalogus en gedrukten catalogus; keuzeleiding en inlichting: vlotheid en behagelijke omgeving; enz. — 4. Besluit met een toelichting van de onderlinge afhankelijkheid van beide afdeelingen.

25. — De waarde van de leeszaal en van de studiezaal in het O.L.B. bedrijf. (1933).

1. Allereerst dient er op gewezen, dat de tegenstelling "leeszaal” en "studiezaal" niet gekarakteriseerd wordt door een localiteitsverschil. Ook als beide in één localiteit ondergebracht zijn blijft er een essentieel onderscheid. — 2. Waarin bestaat dit essentieele onderscheid ; welke soort geschriften behooren hier thuis, welke ginds;