is toegevoegd aan uw favorieten.

Examenopstellen assistentscursussen 1923-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116. — Welke moeilijkheden hebt gij ondervonden bij de plaat~ sing van titelbeschrijvingen volgens het in Uw bibliotheek gevolgde indeelingssysteem? (1933; 1934).

1. Moeilijkheden bij het plaatsen van titelbeschrijvingen vloeien deels voort uit het onvolmaakte van elk indeelingssysteem (ongeeigendheid voor de bibliotheek; verouderd raken; te ver doorgevoerde onderverdeeling). —> 2.*Anderdeels ontstaan moeilijkheden uit het boek zelf (onduidelijke titel; gecompliceerde inhoud; zeldzaam gezichtspunt). — 3. Ten derde kunnen moeilijkheden door en uit de praktijk opkomen (analogieën; onderwerpsverband sterker dan groepsverband; tegemoetkoming aan den lezer).

117. — Op welke wijzen laten zich de titelbeschrijvingen in eenzelfde. rubriek rangschikken? Licht' met voorbeelden toe, wanneer de eene, wanneer de andere wijze van rangschikking voorkeur verdient. (1927).

1. De onder één rubriekwoord samengebrachte titelbeschrijvingen moeten een uiteindelijke volgorde aannemen, hetzij door alfabetiseering naar hoofdwoorden; hetzij door rangschikking naar verschijningsjaren. — 2. Vóór die uiteindelijke volgorde wordt gegeven zal echter in bepaalde gevallen eerst nog een fijnere groepeering wenschelijk kunnen zijn, zonder dat die fijnere groepeering nog tot onderrubriceering behoeft te leiden. Er kan aanleiding zijn voor; chronologische groepeering naar episoden, enz.; voor groepeering naar gebieden (alfabetisch of systematisch); naar tijdperken; naar cultuursferen; voor alfabetische groepeering naar eigennamen; zelfs voor een groepeering, die zich richt naar de toevallige aanwezigheid van enkele boeken. .— 4. Voor beantwoording dezer vraag is een ietwat dieper gaande bèstudeering van den catalogus der O.L.B. te ’s-Gravenhage aan te bevelen.

118. — Wanneer heeft systematische rangschikking van titelbeschrijvingen onder hoofdwoorden plaats? Wanneer alfabetisch naar trefwoorden in den systematischen catalogus? (1928; 1931).

Voor het eerste gedeelte der vraag raadplege men de "Regels voor het alfabetiseeren”. Voor het tweede gedeelte biedt punt 2 van vraag 117 aanknoopingspunten.