is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vertellen. Toen ik vandaag dit boek in de Apollobibliotheek op den Palatijnsen heuvel raadpleegde, om mijn herinnering ten aanzien van bepaalde data wat op te frissen, troffen mij passages in de hoofdstukken over de staatsgeschiedenis, waarvan ik zou hebben kunnen zweren, dat ik ze zelf had geschreven of gedicteerd, zo typisch was het mijn stijl, en waarvan ik me toch niet kon herinneren ze geschreven of gedicteerd te hebben. Als zij van Polybius waren, vormden zij een buitengewoon knap stukje nabootsing (al had hij, naar ik toegeef, mijn andere geschiedenisboeken kunnen bestuderen), maar als zij werkelijk van mijzelf zijn, dan is mijn geheugen zelfs nog slechter dan mijn vijanden zeggen dat het is. Nu ik overlees, wat ik juist geschreven heb, bemerk ik, dat ik daardoor eerder verdenking wek dan wegneem, ten eerste wat mijn uitsluitend auteurschap betreft van wat volgt, dan wat mijn integriteit als historicus betreft en ten slotte ten aanzien van mijn geheugen voor feiten. Maar ik zal het laten staan; ik schrijf zoals ik het voel en naarmate de geschiedenis voortgaat, zal de lezer meer geneigd zijn te geloven dat ik niets verberg — waar er zoveel minder vleiends over mijzelf in zal voorkomen.

Dit is een vertrouwelijke geschiedenis. Maar wie, zal men vragen, zijn degenen, in wie het vertrouwen gesteld wordt? Mijn antwoord is: deze geschiedenis is tot het nageslacht gericht. Ik bedoel niet mijn achterkleinkinderen of mijn achter-achterkleinkinderen: ik bedoel een veel verder verwijderd nageslacht. Toch hoop ik dat gij, die wellicht een honderd of meer generaties verder mijn lezers zult zijn, u zult gevoelen alsof gij rechtstreeks werd toegesproken, als door een tijdgenoot, zoals dikwijls Herodotus en Thucydides, hoewel allang dood, tot mij schijnen te spreken. En waarom heb ik een zo ver verwijderd nageslacht op het oog ? Ik zal het uitleggen.

Bijna achttien jaar geleden ging ik naar Cumae in Campania en bezocht daar de Sibylle in haar rotshol op den berg Gaurus. Er is altijd een Sibylle in Cumae, want als er een sterft, volgt haar leerling-hulp haar op; maar zij zijn niet allemaal even beroemd. Sommigen van haar valt nooit in al de lange jaren van haar dienst een profetie van Apollo te beurt. Andere profeteren wel, maar schijnen meer door Bacchus dan door Apollo geïnspireerd, te oordelen naar de dronkenmanspraatjes die zij vertellen en dit heeft het orakel een slechten naam bezorgd. Voordat