is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikte hem daar het nieuws. Livia schreef kort en in haast, dat de situatie in de stad zeer gevaarlijk was en dat tot iederen prijs de hulp van Agrippa moest verkregen worden. Augustus riep Agrippa direct uit Lesbos weg en verzocht hem ter wille van de vriendschap samen met hem naar Rome terug te keren en het vertrouwen van het volk terug te winnen. Maar Agrippa had zijn wrok te lang gekoesterd om dankbaar te zijn voor deze smeekbeden. Hij stond op zijn waardigheid. In drie jaar had Augustus hem slechts drie brieven geschreven en dat in een harden, officiëlen toon. Na Marcellus dood had hij hem zeker behoren terug te roepen. Waarom zou hij Augustus nu helpen? Het was feitelijk Livia, die verantwoordelijk was geweest voor deze vervreemding; zij had zich misrekend in de politieke situatie door Agrippa te spoedig te laten vallen. Zij had zelfs Augustus te verstaan gegeven, dat Agrippa, al vertoefde hij ook op Lesbos, meer wist van Marcellus’ geheimzinnige en noodlottige ziekte dan de meeste mensen; iemand, zeide zij, had haar verteld, dat Agrippa, toen hij het nieuws hoorde, geen verrassing en grote voldoening getoond had. Agrippa zeide Augustus, dat hij zo lang uit Rome weg was geweest, dat hij met meer op de hoogte was van de stedelijke politiek en dat hij zich niet in staat voelde, om te doen wat er van hem gevraagd werd. Augustus, die bang was, dat Agrippa, wanneer hij in die gemoedsstemming naar Rome ging, eerder geneigd zou zijn om zichzelf als kampioen voor de volksvrijheid op te werpen, dan om het keizerlijk bewind te steunen, liet hem met hoffelijk spijtbetoon gaan en zond haastig om Maecenas en vroeg diens raad. Maecenas vroeg toestemming om uit Augustus naam vrij met Agrippa te spreken en nam op zich om van hem precies te weten te komen, op welke voorwaarden hij zou doen wat van hem gevraagd werd. Augustus verzocht Maecenas in Godsnaam dit te doen, „zo vlug als gekookte asperge (een geliefde uitdrukking van hem). Dus nam Maecenas Agrippa terzijde en vroeg: „Wel, beste kerel, wat verlang je eigenlijk? Ik begrijp, dat je meent slecht behandeld te zijn, maar ik verzeker je, dat Augustus evenveel recht heeft, om zich door jou gekrenkt te gevoelen. Zie je met in, hoe slecht je je ten opzichte van hem gedragen hebt door niet eerlijk te zijn? Het was een belediging zowel ten opzichte van zijn rechtvaardigheid als van zijn vriendschap voor jou. Als je verteld had, dat Marcellus partij