is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levende Romein, die de gunst zocht van een jongen van nog geen twintig, den zoon van zijn eigen in ongenade gevallen vrouw! Gaius ontving hem koel, maar was zeer gevleid. Tiberius vroeg hem geen vrees te koesteren, want de geruchten, die hem bereikt hadden, waren even ongegrond als boosaardig. Hij zeide, niet van plan te wezen een politieken loopbaan te hervatten, die hij onderbroken had uit achting voor Gaius zelf en zijn broeder Lucius; alles wat hij wenste, was, nu de rest van zijn leven in vrede en als ambteloos burger te mogen doorbrengen. Hij had dezen staat leren verkiezen boven alle staatsambten.

Gaius, gevleid door de kans grootmoedig te kunnen zijn, waagde het een brief naar Rome te sturen, waarin Tiberius aan Augustus toestemming vroeg om terug te keren en om dien brief van een persoonlijke aanbeveling te voorzien. Tiberius schreef, dat hij Rome alleen verlaten had om de jonge prinsen, zijn stiefzoons, niet in verlegenheid te brengen, maar dat nu, nu zij ouder waren geworden en hun positie bevestigd was, er geen bezwaren meer konden gelden om hem rustig in Rome te laten wonen. Hij voegde er aan toe, dat Rhodus hem verveelde en dat hij er naar verlangde, zijn vrienden en betrekkingen weer te zien. Augustus antwoordde, aan Gaius, niet aan Tiberius, dat Tiberius weggegaan was, toen de Staat hem het dringendst nodig had; nu was hij niet degeen, die het initiatief kon nemen voor een regeling betreffende zijn terugkeer. De inhoud van dezen brief werd algemeen bekend en Tiberius’ vrees nam toe. Hij hoorde, dat het volk van Nimes in Frankrijk de standbeelden had omvergeworpen, die daar ter ere van zijn overwinningen waren opgericht, en dat nu ook aan Lucius verkeerde inlichtingen over hem gegeven waren, die bij dezen in goede aarde waren gevallen. Hij vertrok uit de stad en woonde in een klein huis op een afgelegen deel van het eiland, terwijl hij slechts zelden zijn villa op het voorgebergte bezocht. Hij droeg geen zorg meer voor zijn physieke conditie of zelfs voor zijn uiterlijk, schoor zich zelden en ging uit in zijn kamerjapon en met pantoffels aan. Tenslotte schreef hij een persoonlijken brief aan Livia, waarin hij uiteenzette, hoe gevaarlijk zijn situatie was. Mocht zij er in slagen toestemming voor hem te verkrijgen om terug te keren, dan verbond hij zich, om zich in alles alleen door haar te laten leiden zolang zij beiden leefden. Hij