is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet veel bomen waren tengevolge van een bosbrand. Hier verzamelde het zich veilig en men wachtte er op de twee andere. Het eerste legioen was nog in het bezit van zijn transport en had slechts een paar honderd man verloren. De twee andere legioenen leden meer. Mannen raakten afgescheiden van hun compagnieën en er werden nieuwe eenheden gevormd van vijftig tot tweehonderd man per stuk, elk met een voorhoede, een achterhoede en een flank-bescherming. Tengevolge van het dichte terrein en de moerassen in het woud kon de flankbescherming slechts zeer langzaam vooruitkomen en dikwijls verloor zij de verbinding met haar kleine eenheden. De voorhoeden leden hevige verliezen bij de versperringen en de achterhoeden werden voortdurend van achteren met pijlen beschoten. Toen dien avond het appel was gehouden, wist Yarus, dat bijna een derde van zijn legermacht gedood of vermist was. Den volgenden dag vocht hij zich een weg naar open terrein, maar hij was genoodzaakt geweest, de rest van zijn transport in den steek te laten. Voedsel was schaars en den derden dag moest hij weer het woud binnendringen. Dien tweeden dag was hem niet veel overkomen, want een groot deel der vijanden hield zich bezig met het plunderen der wagens en voerde den buit met zich mee. Maar toen op den avond van den derden dag het appel gehouden werd, was slechts een vierde deel der oorspronkelijke legermacht in staat, antwoord te geven. Den vierden dag trok Yarus nog steeds voorwaarts, want hij was veel te eigenwijs om zijn nederlaag te erkennen en van zijn oorspronkelijk plan af te stappen, maar het weer, dat eerst wat beter was geworden, werd nu slechter dan ooit en de Germanen, gewend aan zware regens, werden hoe langer hoe driester, toen zij zagen, dat de tegenstand verslapte. Zij werden handgemeen.

Toen het middag werd, zag Varus in, dat alles verloren was, en om niet levend in handen van zijn vijanden te vallen, pleegde hij zelfmoord. De meeste overgebleven hoofdofficieren en veel manschappen volgden zijn voorbeeld. Slechts een officier hield zijn zinnen bij elkaar — dezelfde Cassius Chaerea, die dien dag in het amphitheater vocht. Hij voerde het commando over de achterhoede, die bestond uit bergbewoners uit Savoye, welke zich in een woud meer thuis voelden dan de anderen. Toen een vluchteling het nieuws bracht, dat Varus dood, de