is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen hij dat zei, kon ik mijn oren niet geloven. Postumus! Maar Postumus was dood. „Heeft hij een brede kaak, blauwe ogen en een manier om zijn hoofd scheef te trekken als hij iets vraagt ?”

„Ja, dat is hij, heer.”

Ik schonk hem iets te drinken, maar mijn hand beefde zo, dat ik evenveel morste als ik inschonk. Toen gaf ik hem een teken, dat hij daar op mij moest wachten en ging het huis binnen. Ik zocht twee goede, eenvoudige toga’s bij elkaar, wat onderkleren, sandalen, een paar scheermessen en wat zeep. Toen nam ik het eerste ingenaaide boek dat mij voor de hand kwam — het was toevallig een exemplaar van enige redevoeringen, die Tiberius kort geleden voor den senaat gehouden had — en op de zevende bladzijde schreef ik met melk : Wat een

vreugde! Ik zal onmiddellijk aan G. schrijven. Wees voorzichtig. Vraag alles wat je nodig hebt. Waar kan ik je ontmoeten? Mijn hartelijkste groeten. Hier zijn twintig goudstukken, alles wat ik op dit ogenblik heb, maar wie vlug geeft, geeft dubbel, hoop ik.

Ik wachtte tot de bladzijde droog was en gaf den man toen het boek, de opgerolde kleren en een beurs. Ik zei : „Neem deze dertig goudstukken. Tien zijn er voor jezelf. Twintig moet je aan den man in de bossen geven. Neem een boodschap van hem mee terug, dan krijg je nog tien goudstukken. Maar houd je mond dicht en kom gauw terug.”

„Dank u zeer, heer,” zei hij. „Ik zal u niet in den steek laten. Maar wat belet me om er van door te gaan met dit pakje en al het geld ?”

Ik zei: „Als je een onfatsoenlijk man was, zou je me dat niet vragen. Laten we dus nog wat drinken en maak dan dat je weg komt.”

Om kort te gaan, hij verdween met het pakje en het geld en bracht mij een paar dagen later een mondeling antwoord van Postumus, die mij bedankte voor het geld en de kleren, zei dat ik niet moest proberen om zijn verblijfplaats te vinden, maar dat de moeder van den krokodil zou weten waar hij was, dat zijn naam nu Pantherus was en dat ik hem het antwoord van zijn zwager zo spoedig mogelijk moest sturen. Ik betaalde den ouden soldaat de tien beloofde goudstukken en nog tien voor