is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot beter inzicht brengen. Maar zij had geen vertrouwen in Castor als bondgenoot. Zij ging naar Tiberius en vertelde hem, dat Castor Sejanus had beschuldigd, Livilla tot ontrouw verlokt te hebben, zijn vertrouwens-positie misbruikt te hebben tot het brandschatten uit naam van Tiberius van rijke lieden, en te streven naar de alleenheerschappij. Dat hij gezegd had, de zaak zelf ter hand te zullen nemen, wanneer Tiberius den schobbejak niet ontsloeg, en dat hij haar vervolgens om haar medewerking had gevraagd. Door de kwestie zo aan Tiberius voor te stellen, hoopte zij hem even wantrouwig te maken ten opzichte van Sejanus als hij was ten opzichte van Castor en hem er zo toe te brengen terug te keren tot zijn oude afhankelijkheid van haar. Het gelukte haar, tenminste voor korten tijd. Maar toen werd Tiberius door een ongeluk plotseling overtuigd, dat Sejanus hem even loyaal toegewijd was, als hij altijd gezegd had en als uit al zijn handelingen tot nu toe gebleken was. Op een dag picknick-ten zij samen met drie of vier vrienden in een natuurlijke grot bij de zeekust, toen er plotseling een bulderend lawaai ontstond en een deel van den bovenwand inviel. Enkele der aanwezigen werden gedood, andere begraven terwijl de ingang versperd werd. Sejanus bukte over Tiberius — zij waren beiden ongedeerd — om hem te beschermen tegen verder vallend gesteente. Toen de soldaten hen een uur later uitgroeven, stond hij daar nog in dezelfde houding. Thrasyllus bevestigde, tussen twee haakjes, zijn reputatie bij deze gelegenheid: hij had Tiberius verteld, dat er op den morgen van dien dag een uur duisternis zou zijn. Thrasyllus had Tiberius ook verzekerd, dat hij Sejanus vele jaren zou overleven en dat Sejanus niet gevaarlijk voor hem was. Ik vermoed, dat Sejanus dit met Thrasyllus in orde had gemaakt, maar ik heb er geen bewijs van: Thrasyllus was niet absoluut onomkoopbaar, maar als hij voorspellingen deed om aan de wensen van zijn cliënten tegemoet te komen, schenen ze even goed uit te komen als zijn gewone voorspellingen. Het toeval wilde, dat Tiberius Sejanus een aantal jaren overleefde.

Tiberius gaf nog een openbaar blijk van Castor’s ongenade, door hem in den senaat te berispen voor een brief dien hij had geschreven. Castor had zich verontschuldigd, dat hij het offer niet kon bijwonen, toen het Huis na de zomervacantie weer bijeenkwam. Hij had gezegd, dat