is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

helderen geest en de kracht tot duidelijk onderscheid in alle menselijke en heilige plichten toe te staan: en daarom vraag ik ook aan onze burgers en bondgenoten om, als ooit mijn sterfelijk lichaam heengaat, mijn leven en daden (als zij het waardig zijn) te eren met innerlijke dankbaarheid, liever dan hen te prijzen met uiterlijk vertoon, met het bouwen van tempels en met jaarlijkse offerfeesten. De werkelijke liefde die Rome voor mijn vader Augustus voelde, toen hij als man tussen ons verbleef, is reeds vertroebeld zowel door het ontzag, dat zijn godheid bij de religieusgezinden opwekt als door het onverschillige gebruik van zijn naam alsof die een marktvloek was. En nu wij toch hierover spreken, mijne heren, stel ik voor, dat wij het van nu af als een strafbare belediging zullen beschouwen, wanneer de heilige naam van Augustus voor iets anders wordt gebruikt dan voor de zeer plechtige gelegenheden en dat wij voor de wet gestreng zullen toepassen.” Geen woord over Livia’s gevoelens wat dit onderwerp betreft. En den vorigen dag had hij geweigerd een van haar protégé’s in een vacante rechtersplaats te benoemen, tenzij hij de benoeming mocht aanvullen met: „Deze man is gekozen door mijn moeder Livia Augusta, aan wier dringend verzoek te zijnen behoeve ik genoodzaakt was gevolg te geven, tegen beter weten in betreffende zijn karakter en capaciteiten.”

Spoedig hierna nodigde Livia alle vooraanstaande dames van Rome uit tot een feest, dat een dag zou duren. Er waren goochelaars en acrobaten, er werd voorgedragen uit bekende dichtwerken, heerlijk gebak, versnaperingen en likeuren werden de dames voorgezet en iedere gast kreeg als herinnering aan het feest een fraai juweel. Als besluit van de feestelijkheden las Livia voor uit de brieven van Augustus. Zij was nu drie en tachtig jaar, haar stem was zwak en bij de uitspraak van de s piepte zij nog al, maar zij hield haar gehoor anderhalf uur in ademloze spanning. De eerste brieven die zij voorlas bevatten uitspraken over staatkunde, die allemaal speciaal geschreven schenen als waarschuwingen tegen den tegenwoordigen stand van zaken te Rome. Er waren sommige zeer toepasselijke opmerkingen over verraad-zaken, waarbij ook de volgende passage:

..Hoewel ik verplicht ben geweest, mijzelf wettelijk te beschermen tegen alle soorten schotschriften, zal ik mijn uiterste best doen, mijn beste Livia, om iets zo onaange-