is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXX

TOEN mijn moeder hoorde, dat Gemellus vermoord was, was zij erg bedroefd. Zij ging naar het paleis en vroeg Caligula te spreken. Deze ontving haar gemelijk, want hij voelde, dat zij hem verwijten wilde doen. Zij zeide: „Kleinzoon, mag ik je even apart spreken? Het gaat over den dood van Gemellus.”

„Neen, zeker niet apart,” antwoordde hij. „U kunt zeggen, wat u wilt zeggen in tegenwoordigheid van Macro. Ik moet een getuige hebben, als wat u hebt te zeggen zo belangrijk is.”

„Dan zal ik liever zwijgen. Het is een familiekwestie, niet voor de oren van slavenzonen bestemd. De vader van dien man was de zoon van een van mijn wijngaardeniers. Ik verkocht hem aan mijn zwager voor vijfenveertig goudstukken.”

„Wilt u mij alstublieft direct zeggen, wat u van plan was te zeggen, zonder mijn dignitarissen te beledigen ? Weet u niet dat ik de macht heb om iedereen in de wereld te laten doen wat ik wil ?”

„Het is niet iets, dat je graag zult horen.”

„Zeg het maar.”

„Zoals je wilt. Ik ben gekomen om je te zeggen dat het doden van mijn armen Gemellus een moedwillige moord was en dat ik afstand wil doen van alle eerbewijzen, die ik uit jouw verdorven handen heb ontvangen.”

Caligula lachte en zei tegen Macro : „Ik vind, dat het beste wat deze oude dame kan doen, is naar huis gaan, een snoeimes lenen van een van haar wijngaardeniers en er zich de stembanden mee doorsnijden.”

Macro zei : „Ik heb een dergelijken raad aan m ij n grootmoeder gegeven, maar de oude heks weigerde om hem aan te nemen.”

Mijn moeder kwam bij mij. „Ik ben van plan mijzelf te doden, Claudius,” zeide zij. „Je zult al mijn zaken in orde