is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was een lieve oude vrouw en mij van ganser harte toegewijd. Wij woonden bij elkaar in vier kamers, met een ouden slaaf die als portier dienst deed, en we waren, alles bekeken, bijzonder gelukkig.

Het kind van Caesonia, een meisje, werd geboren een maand nadat Caligula met Caesonia was getrouwd. Caligula zei, dat dit een wonder was. Hij nam het kind en legde bet op de knieën van het standbeeld van Jupiter — dit gebeurde voor zijn twist met Jupiter — als om Jupiter eershalve in zijn vaderschap te betrekken. Vervolgens legde hij het kind in de armen van Minerva’s standbeeld en liet het even aan de marmeren borst der godin zuigen. Hij noemde haar Drusilla, de naam waarvan zijn overleden zuster afstand gedaan had, toen zij de godin Panthea werd. Het kind werd ook priesteres. Het geld voor de toetreding kreeg hij door een pathetisch beroep op het publiek te doen, waarbij hij zich beklaagde over zijn armoede en over de grote uitgaven die het vaderschap meebracht. Hij stichtte een Drusilla-fonds. Hij plaatste collecte-bussen in elke straat, met opschriften als „Voedsel voor Drusilla”, „Drinken voor Drusilla”, „De bruidsschat voor Drusilla” en niemand durfde de daarbij geposteerde praetorianen voorbijgaan, zonder een paar koperstukjes in de bus te stoppen.

Caligula hield ontzettend veel van zijn kleine Drusilla, die een even vroegrijp kind werd als hij zelf was geweest. Hij had er plezier in, haar zijn eigen „onwrikbare strengheid” te leren en begon met de lessen toen ze nog maar nauwelijks kon lopen en praten. Hij moedigde haar aan om jonge katten en honden te kwellen en met haar scherpe nagels naar de ogen van haar kleine vriendinnetjes te slaan. „Er kan geen redelijke twijfel bestaan over de vraag wie je vader is, mijn schatje,” grinnikte hij, wanneer zij veelbelovende streken uithaalde. En eens boog hij zich waar ik bij was over haar heen en zei tersluiks: „Bij den eersten completen moord, dien je begaat, m’n liefje, al is het maar op je armen grijzen oud-oom Claudius, zal ik een godin van je maken.”

„Maakt u ook een godin van mij, als ik mamma vermoord ?” lispelde de kleine duivel. „Ik heb een hekel aan mamma.”

Een andere uitgave vergde het gouden standbeeld voor zijn tempel. Hij betaalde dat, door een bepaling uit te vaardigen, dat hij nieuwjaarsgiften zou ontvangen bij den