is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bieden begon altijd bij den limietprijs, want hij placht naar een of anderen rijken Fransman te knikken en te zeggen: „Bood u geen veertigduizend goudstukken voor dat albasten kistje? Dank u. Maar laten we eens zien of we niet hoger kunnen komen. Wie biedt er vijfenveertigduizend?” U kunt zich voorstellen, dat er uit vrees zeer levendig geboden werd. Hij plunderde alle aanwezigen volkomen uit en vierde die plundering door een prachtig tien-daags feest.

Daarna zette hij zijn tocht naar de Rijnprovincies voort. Hij zwoer, dat hij een oorlog tegen de Germanen zou voeren, die alleen met hun volkomen uitroeiing zou eindigen. Hij zou de taak, die zijn grootvader en vader begonnen waren, vroom voltooien. Hij stuurde een paar legioenen den Rijn over om te weten te komen, waar zich de eerste vijandelijke troepen bevonden. Er werden ongeveer duizend gevangenen mee terug genomen. Caligula inspecteerde hen en na er driehonderd flinke jongemannen uitgehaald te hebben voor zijn lijfwacht, liet hij de overblijvenden voor een rots plaats nemen. Op iederen vleugel plaatste hij een kaalhoofdig man. Toen beval hij Cassius: „Maak hen dood, van den enen kalen kerel tot den anderen, om den dood van Yarus te wreken.” Het bericht van dit bloedbad bereikte de Germanen en zij trokken zich in hun dichtste wouden terug. Caligula stak toen de rivier over en vond de landstreek verlaten. Om het geval wat opwindender te maken, beval hij den eersten dag een aantal soldaten van zijn Germaanse lijfwacht, zich in een naburig bos te verbergen en liet zich toen ’s avonds aan den maaltijd bericht brengen, dat de vijand gesignaleerd was. Aan het hoofd van zijn „padvinders” en een troep ruiterij der praetorianen rende hij naar buiten om hem aan te vallen. Hij bracht de mannen als gevangenen mee terug, beladen met ketenen en kondigde aan, dat hij een geweldige overwinning had behaald over een verpletterende meerderheid. Hij beloonde zijn wapenbroeders met een nieuwe militaire onderscheiding, genaamd „de Padvinderskroon”, een gouden kroontje, versierd met de Zon, de Maan en de sterren in kostbare stenen. Cassius vertelde Caligula: „Het was net zoo’n streek als hier, Caesar, waar Yarus in de hinderlaag viel. Zo lang ik leef zal ik dien dag niet vergeten. Ik marcheerde aan het hoofd van mijn compagnie en had juist een bocht van