is toegevoegd aan uw favorieten.

Architectuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het „landelijke" landhuis met hooge kap en zwaar kozijnhout tot voorbeeld in plaats van de eisch van maximale lichttoetreding als richtsnoer. Gemeentelijke Openluchtschool Amsterdam

zijde, dus van het directe zonlicht. De hooge kap die over het geheele gebouw heen gaat, maakt het onmogelijk de klasselokalen ook nog een strook lichtoppervlak aan de noordzijde te geven, hetgeen door de gang, die toch veel lager is dan de klassen, zonder deze kap zeer. wel mogelijk geweest zou zijn.

Hier heeft de architect zich met de suggestie dat een landelijk bouwwerk, dat zoogenaamd past in een buitenachtige open omgeving, zelt ook een open en licht gebouw zou zijn, tevreden gesteld, in plaats van eenvoudig de technische oplossing te zoeken van de fysische vraag: hoe krijg ik zooveel mogelijk direct licht in de lokalen? Diametraal tegenover deze opvatting staat die van den architect ir. J. Duiker, die eenige jaren geleden de openluchtschool in Plan Zuid te Amsterdam bouwde. Deze architect heeft zich inderdaad bovengenoemde vraag gesteld en -zoo goed mogelijk opgelost door de lokalen twee aan twee met een punt tegen het centrale trappenhuis te ontwerpen, waardoor bijna het geheele oppervlak der vier klassewanden aan de buitenlucht kwamen te liggen. Hier dus geen leege suggestie, maar daadwerkelijke openheid. Hier zien wij dat de technische oplossing van een klaar geformuleerd probleem overigens geheel ongezocht een nieuwen verschijningsvorm aan het schoolgebouw geeft, verrassender dan ooit de meest fantastische architect met vooropgestelde vormwenschen zou kunnen uitdenken. Karakteristieker ook, want dit bouwwerk in glas en beton met de

Een groofte winst maar toch nog 50 pCt verlies