is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN HET GESLACHTSLEVEN

Beschouwen wij de zaadcellen met onze microscopen, dan zien wij slechts een kop en een staart. Worden zij op een bepaalde manier gekleurd, dan kunnen wij bij sterke vergrooting in den kop slechts een kern, protoplasma en talrijke puntjes zien. Om den fijneren bouw te kunnen bestudeeren heeft men microscopen noodig, die io- ja wellicht iöo millioen keer vergrooten. In deze kleine zaadcellen zijn de vele psychische en physische eigenschappen besloten, die het kind van den vader erft, zooals de eicel alle eigenschappen bevat, die van de moeder op het kind worden overgedragen. Wij zien dat niet slechts aan allerlei uitwendige kenteekenen, aan den gezichtsvorm, haarkleur enz., maar ook aan talrijke physiologische en ziekelijke eigenaardigheden en typische kenmerken, die van de ouders op het kind overgaan. Een typisch voorbeeld daarvan uit mijn practijk was een man, die 6 vingers aan iedere hand had (polydactilie). Zijn kinderen vertoonden eveneens deze afwijking. Een getrouwde vriendin zijner vrouw, moeder van 2 kinderen, die normaal geboren waren met 5 vingers aan iedere hand, beviel van een derde kind met 6 vingers. De gevolgen waren 2 echtscheidingen, en een nieuw huwelijk tusschen de vriendin en den 6-vingerigen pechvogel. — Beroemd is ook het geval, dat Professor Treub in zijn leerboek beschrijft en wel van een man, wiens vrouw al eenige keeren moeder was geworden van drielingen, zoodat in 7 jaar tijds 21 kinderen waren geboren. Op een goeden dag kreeg de keukenmeid ook een drieling, zoodat er geen twijfel bestond, wie de gelukkige vader was. Hieruit volgt, dat de. specifieke eigenschappen van den man ook op het kind overgaan. In veel sterkere mate is dit echter bij de vrouw het geval. Vaak hoort men van vrouwen, die van een tweeling bevallen, dat ook de moeder, grootmoeder of andere familieleden twee- of drielingen ter wereld hebben gebracht. Ook komt het veelvuldiger voor, dat het kind meer op de moeder gelijkt, dan op den vader. Men meent te hebben opgemerkt, dat het eerste kind gewoonlijk meer op de moeder, het tweede meer op den vader gelijkt. In een ei en zaadcel zijn niet slechts de physische, maar vaak ook de karakter-eigenschappen besloten die het toekomstige kind van de ouders erft. Ook minderwaardige organen of orgaancomplexen kunnen van de moeder of den vader op het kind overgaan. Ik heb patiënten gehad, waarbij de geheele familie aan een te geringe functie van de hersen-, schild- of de geslachtsklier leed. Daarbij zijn allerlei variaties mogelijk. De moeder kan b.v. eerst in het climacterium, dus bij het ophouden der menstruaties, aan een maag- of een leverziekte lijden, die afhankelijk is van een sterk werkende hersenklier. Een dergelijke hypophyse is als aangeboren minderwaardig te beschouwen. Terwijl bij de moeder echter eerst in het climacterium zich ernstige symptomen vertoonen, zien wij bij de kinderen al op jeugdigen leeftijd stoornissen van de geslachts-, schild-, hersenklier of bijnieren. Soms kan slechts één dezer endocrine klieren ziek zijn, doch er komen ook combinaties voor. Een treffend voorbeeld daar-