is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13. HOE VAAK OVULEERT EEN VROUW EN DE THEORIE VAN KNAUS EN OGINO.

Cyclus noemt men den tijd van de ééne menstruatie tot de andere. Gewoonlijk bedraagt deze tijd 28 dagen. Een groot deel der vrouwen echter heeft een cyclus van 30—31 dagen en meer.

Tot dusverre werd aangenomen, dat bij vrouwen, zoowel als jonge meisjes gedurende dezen slechts één ei vrijkomt, dus dat ze slechts één keer per cyclus ovuleeren. Voor het eerst heb ik met den cyclocoop kunnen waarnemen, dat dit onjuist is. Een vrouw in den bloei van haar geslachtsleven, dat is gewoonlijk van 25—4° jaar> ovuleert 2 keer, jonge meisjes en over het algemeen ook jonge vrouwen, die nog geen kinderen hebben, ovuleeren zoo goed als altijd 3 keer. Nadat het eerste kind geboren is, zien wij, dat deze frequentie in 2 keer overgaat. Na een miskraam echter kan bij jonge meisjes of jonge vrouwen cycloscopisch worden waargenomen, dat ze meestal 3 maal blijven ovuleeren, vooral indien de zwangerschap maar eenige weken heeft geduurd (fig. 30). Het schijnt dus, dat de natuur bij jeugdige vrouwen en voordat het eerste kind geboren wordt, de vrouw een langeren conceptietijd heeft toebedeeld, zoodat de kans op een bevruchting bij jonge vrouwen grooter is, dan later.

Indien wij de literatuur nagaan, dan blijkt het, dat over het algemeen alle onderzoekers aannemen, dat een vrouw maar één keer ovuleert. Een deel kwam echter tot de conclusie, dat dit ei vrijkomt in de eerste helft van den cyclus, een ander deel wederom gaf aan, dat de ovulatie in de tweede cyclushelft plaats vindt. Zoo geeft Ruge b.v. een ovulatietijd aan van 8—14 dagen na het begin van de laatste menstruatie. Robert Meyer was eerst de meening toegedaan, dat de ovulatie op den 8en—I4en dag plaats vindt, later gaf hij den i8en dag als ovulatietermijn aan. Schröder, die de onderzoekingen van Robert Meyer en Ruge aan een groot operatiemateriaal controleerde, kwam tot de conclusie, dat het ei tusschen den 14en.cn ióen dag vrijkomt. Halban en Köhler gaven den 8en tot i8en dag aan, Shaw den I3en—I7en, Müller den 2oen, Allen den I2en—I4en, Grosser, Frankel en Trippel den i8en—igen cyclusdag, Knaus 15 dagen en Ogino den i2en—i6en dag voor de volgende menstruatie.

Deze waarnemingen en de daarop volgende conclusies werden bij operaties, obducties of door onderzoek van operatief ■ verwijderde1 organen gemaakt. De verschillende tijden nu zijn in levendige tegenspraak