is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CONCLUSIES, DIE DAARUIT KUNNEN WOEDEN GETROKKEN

Het blijkt nu, dat:

1. De eerste ovulatie bijna altijd op den gen, ioen, nen of I2en cyclusdag valt.

2. De tweede ovulatie op den lóen, 17en of i8en cyclusdag.

3. Bij meisjes en jonge vrouwen, die 3 maal ovuleeren (fig. 25, 30, 32 en 34), vallen over het . algemeen de drie ovulaties meestal tusschen den gen en 20sten dag, slechts bij uitzondering vertoont zich de eerste ovulatie vroeger en de derde ovulatie later.

4. Gedurende den dalenden tak van den ovulatieval kan het ei bevrucht worden. Op het oogenblik, dat de ovulatieval begint, komt het ei vrij en daalt de curve in overeenstemming met den hormoonspiegel. Bij de meeste vrouwen duurt dit proces 2 dagen. Binnen dezen tijd bereikt de ovulatieval zijn diepste punt. Op den eersten dag van den ovulatieval is de mogelijkheid om het ei te bevruchten het grootst. Op den tweeden dag bestaat er gewoonlijk nog kans op bevruchting (fig. 26). Het ei is dus niet, zooals men eerst geloofde, slechts enkele uren, maar 2 dagen vruchtbaar. Op den derden dag van den ovulatieval is volgens mijn waarnemingen dit niet meer mogelijk. Bij jonge meisjes en vrouwen ziet men zeer vaak, dat de curve in één dag haar laagste punt en den daar opvolgenden dag weer haar hoogsten stand bereikt (fig. 25, 32). Ook in zulke gevallen kan men aannemen, dat de mogelijkheid van bevruchting bij het dalen van de curve het grootst is.

. De beste tijd voor een bevruchtende copulatie is dus de eerste dag der ovulatie. Hoe minder tijd tusschen copulatie en het barsten van den Graafschen follikel verstrijkt, des te gunstiger zijn de voorwaarden voor het verwekken van een gezond en krachtig kind.

Wanneer de curve zich weer vanuit den menstruatieval verheft, vinden we gedurende enkele dagen ongeveer dezelfde getallen (preovulaire hoogstand).Vinden wij daarna op de aangegeven ovulatiedagen een lager getal dan bij de vorige opname, dan is de ovulatie begonnen en is de beste tijd gekomen om het gewenschte kind te verwekken. Dit is de belangrijkste conclusie van het cyclogram. De ovulatiediagnose wordt naderhand bevestigd, wanneer enkele uren later het reductiegetal nog verder daalt. Vaak kan men al van te voren opmaken, dat de Graafsche follikel op het punt staat te barsten, en wel omdat de curve een weinig stijgt. Dit geeft dan aanleiding om 6 uur later wederom het onderzoek te herhalen.

Heeft een vrouw een maand lang haar curve opgenomen, dan weet ze:

A. Hoe hoog haar reductiegetallen in het preovulaire stadium zijn.

B. Hoe lang haar cyclus duurt.

C. Hoe vaak ze ovuleert.Het schijnt.dat na een geboorte de frequentie van de ovulaties steeds van drie op twee teruggaat, doch dat na een abortus van eenige weken de frequentie niet verandert (fig. 30). Direct na een geboorte of abortus verschijnen weer de ovulatievallen, die gedurende de zwangerschap weggebleven waren.