is toegevoegd aan uw favorieten.

Metselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te voorzien van een laagverdeling, 12 lagen van onder en ook boven, met dien verstande, dat verondersteld wordt, dat de metselaar handig genoeg is op beide hoeken klisklezoren te verwerken, wat in dit geval lang niet gemakkelijk is,

In afbeelding 182 is aangegeven de hierboven besproken schoorsteen, gemetseld door een leerling van de hoogste klas der Avond-Ambachtsschool „Concordia Inter Nos" aan de Frederik Hendrikstraat te Amsterdam,

Deze schoorsteen is op de hierboven besproken wijze gemetseld. Echter met het oog op het moeilijke metselen van de boezem heeft deze leerling de verdeling ervan even gewijzigd, waardoor één laag minder in het geheel werd verkregen, terwijl de twee zijkanten werden begonnen of aangezet met platgemetselde lagen. Hierdoor verkreeg hij een „aanzet'', waartegen het staande metselwerk steun vond. Dit staande werk, opgetrokken in Vlaams verband, werd begonnen : kop, drieklezoor enz. Ook het afdekken van de rookkap is enigszins gewijzigd.

De openhaardschoorsteen, in fig. 138 gegeven, is eveneens een werkstuk, gemaakt aan dezelfde Ambachtsschool.

Schoorstenen op het dak.

Tot zover dan de behandeling der schoorstenen voor wat betreft het gedeelte, dat zich binnenshuis bevindt.

Buitenshuis is er eigenlijk alleen sprake van het optrekken der kanalen, dus ontdaan van alle dingen zoals schoorsteenstoel, boezem e.d.

Wordt nu in een huis, waarop zich geen verdieping bevindt, een — laat ik zeggen — kamerschoorsteen opgetrokken, dan heeft deze schoorsteen een breedte, bij het plafond gemeten, van ongeveer 1 m. Echter het rookkanaal is maar 165 X16“ cm, dus breed 11 + 16B + 11 = 385 cm.

Komt dus op de huisverdieping een zolderverdieping dan dient enkel maar een kanaal te worden opgetrokken en, boven het dak uitgekomen, op dezelfde maat vervolgd te worden, tenzij anders is bepaald.

'Staat de zolderpijp vrij, dat wil zeggen, is deze niet tegen een muur aangebouwd, dan doen zich meestal geen bijzonderheden voor, tenzij de schoorsteen op een bepaalde plaats het dak moet verlaten.

Wordt de schoorsteen tegen de muur opgetrokken, dan komt men op het dak voor het feit te staan, dat de schoorsteen tussen de balklaag moet worden „omgetrokken", zodat de wand aan de bouwmuurzijde ook halfsteens wordt.

Dit geldt alleen voor een buitenpijp van normale hoogte,

1 m bovenkant pot, uit de kap gemeten.

Fig. 184 en fig. 185 geven van deze bewerking een zo duidelijk mogelijk voorbeeld.

Bij schoorstenen van grotere hoogte is het wenselijk een zwaardere wand te kiezen, b.v. een halfsteenswand — aan de