is toegevoegd aan uw favorieten.

Metselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is tevens noodzakelijk de draad, na de vermettinglaag, niet een laag, maar een voeg „op te steken”. Hóe de draad wordt aangehouden bij de vermettinglaag is in de figuren 299 en 300 duidelijk te zien. In het ene geval wordt de draad ingehaald, in het andere geval wordt een klosje, ter dikte van de afstand welke de terugspringende laag uit het gevelvlak ligt, tussen de draad gestoken. De terugspringende lagen in de boog kunnen met hetzelfde klosje of latje worden gecontroleerd. Men heeft dan te zorgen, dat het latje tussen de draad en het metselwerk vrij kan doorschuiven.

In de afbeelding 298 heb ik nu een stukje gevel getekend, waarin een kozijn is geplaatst. Men ziet hierbij, dat de vermettingen doorlopen tot in de kantelaaf. Dit geeft nogal moeilijkheden bij de aansluiting tegen het kozijn. Er moet dan een stukje steen in het aldus ontstane openingetje worden geschoven. Ook kunnen stukjes hout ter plaatse tegen de steensponning worden geslagen. Het is beide even prutserig.

Ik gebruik nog wel eens de uitdrukking „kantelaaf”. Ik hoop, dat ieder mij begrijpt, ook diegenen, die zo iets „negge” noemen.

Voor hen, die het nog niet wisten : De schrijver en tekenaar van het boek „metselen” is geboren en getogen in Amsterdam, heeft wel eens zijn neus buiten Amsterdam gestoken, maar is in zijn uitdrukkingen een Amsterdammer gebleven.

Fig. 297 geeft een foto van een stukje Ambachtsschool werk, namelijk een half voltooide strekse boog. De verdeeldraden zaten daar zo duidelijk aan, dat ik de foto mooi vond om als voorbeeld te dienen.

En nu is de boog af en durf ik hem te presenteren als een voorbeeld hoe mooi zó'n boog kan worden.... als je er erg je best op doet. Het is een boog volgens de bijzondere constructie, aan een stukje gevel dat aan beide kanten „schoon” gemetseld is ; deze boog is aan drie kanten schoon, want de onderkant telt ook mee. De porringdraad hebben we er bij gestoken om beter te kunnen onderscheiden onder welke straal de boog gemetseld is. Fig. 301.

Parabolische boog.

De constructie en het metselen van de parabolische boog heb ik in één beschrijving samengevat, omdat het construeren en het metselen te nauw samen gaan.

De vorm van deze boog is afgeleid van de doorsnede van de kegel en wel de doorsnede evenwijdig aan de as van die kegel.

In de gevels van de laatste tijd wordt deze boogvorm wel eens toegepast en het is daarom nuttig de constructie niet zo maar eens aan te kijken, maar goed te bestuderen.

De meest geschikte methode voor het uitslaan van deze boog is de in fig. 302 afgebeelde.

In verband met de laagverdeling van het overige metselwerk wordt de hoogte van de boog vastgesteld. De spanning is