is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Immers, zelfs voor Sumatra, waar toch de samenleving, onder invloed van de Westersche ondernemingen meer is gedifferentieerd, bleek 66.4 % van de beroepsbeoefenaars in den inheemschen akkerbouw werkzaam, 0.6 % in den tuinbouw, 0.15 % in den veeteelt, 1.32 % in de bereiding van voedings- en genotmiddelen, gevende een totaal van 70 %, terwijl het percentage der losse koelies 2 % bedroeg.

§ 2. Verschil tusschen Java en de Buitengewesten.

Hebben wij in de voorgaande paragraaf aangetoond, dat het hoofdmiddel van bestaan der inheemsche bevolking de landbouw is en houden wij in het oog, dat de bestaansmiddelen eener bevolking haar dichtheid bepalen, dan zal er dus een nauw verband moeten bestaan tusschen bevolkingsdichtheid en landbouw.

Nu vertoont de bevolkingsdichtheid op de diverse eilanden van den Indischen archipel treffende verschillen, gelijk uit onderstaand staatje blijkt.

Aantal zielen in 1930. per per K.M.2

K.M.* bouwgrond

Gewest Djokjakarta 497 615

,, Soerakarta 424 554

Provincie Midden-Java 396 570

,, Oost-Java 314 531

„ West-Java 241 496

Java en Madoera 314.5 535

Gewest Bali en Lombok 175

„ Timor en Onderhoorigheden 26

Eiland Celebes „ „ 22

,, Sumatra „ „ 17

„ Borneo 4

Molukken 1.8

Buitengewesten 10.7

Nederlandsch-Indië 32

Moeten de verschillen in bevolkingsdichtheid per K.M.2 teruggevoerd worden op verschillen in landbouwstelsel en vruchtbaarheid van den bouwgrond of op verschillen in welvaarts-