is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand? Kan het uiteenloopen van de cijfers op Java zelf, voor de deelen van dit eiland, waar toch de welvaartstoestand vrijwel gelijk is, op dezelfde wijze verklaard worden als de enorme verschillen, die zich met de Buitengewesten vertoonen?

Allereerst een waarschuwing. De uitdrukking van de bevolkingsdichtheid in het geografisch areaal is voor een landbouwende bevolking zeker onnauwkeurig, omdat alleen het voor landbouw bruikbare gedeelte voor haar in aanmerking komt. Zoo blijken al, bij vervanging van het geografisch areaal door dat van de bouwgronden als grondslag van de bepaling der dichtheid, de verschillen tusschen de onderscheiden deelen van Java grootendeels weg te vallen. Hierin ligt ook, althans ten deele, de verklaring van de geringere bevolkingsdichtheid van de Buitengewesten: een groot deel van den grond is hier niet voor den landbouw geschikt.

Daarbij komt echter als veel belangrijker onderscheid dat in landbouwstelsel: de sawahcultuur, de vloeiakkers, en het voortdurend gebruik van den grond op Java, de ladangcultuur, de brandcultuur, in de Buitengewesten.

Het is gebruikelijk deze twee landbouwstelsels als elkanders tegenstellingen te beschouwen en in zeker opzicht zijn zij dat ook. De zeer arbeidsintensieve sawahcultuur wordt dan tegenover het zeer arbeidsextensieve ladangstelsel geplaatst. Bij de hier gemaakte tegenstelling wordt de hoeveelheid aangewende arbeid in verhouding gebracht tot de uitgestrektheid gronds, die voor den landbouw vereischt is.

In zoover houdt de tegenstelling met de bevolkingsdichtheid inderdaad nauw verband. Het grondareaal, dat de ladanger behoeft, is vele malen grooter dan dat, waarmee de sawahboer kan volstaan.

Men kan echter ook den arbeid in verhouding brengen tot de hoeveelheid geoogst product. En dan is het de vraag of de sawahbouw wel intensiever is dan de ladangbouw. Men bedenke, dat de Javaan eertijds tot den sawahbouw is overgegaan, toen er nog overvloed van grond was en dus de overweging heeft moeten laten gelden, dat hem door dezen overgang veel moeizame arbeid bespaard werd (rooien en afbranden van het oerbosch, bescherming van den aanplant tegen mensch en dier, transport van den oogst, periodieke verhuizing). Men zou dan