is toegevoegd aan uw favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe is het mogelijk?... Zooeven nog in zwarte droefheid en nu ineens mooie verwachtingen!... Zoo net, geen half uur geleden, heb ik nog willen ontvluchten... en nu gaat alles vanzelf... tenminste als?..."

„Wees maar gerust, Thomas," bemoedigde Carolien, bewogen door zijn emotie, „alles gaat nu goed. Maar hoor eens even," liet ze er onmiddellijk op volgen, „kunnen we niet even in dien tuin gaan wandelen, of mag dat niet? Het is hier zoo'n nare lucht, iets van lysol of zoowat; het is om hoofdpijn te krijgen. Hoe hou je dat uit?"

„Een goed idee, wacht maar even." Meteen opende hij de deur en riep om den portier. Toen deze verscheen, deelde hij hem mee, wat hij zooeven vernomen had van zijn ophanden zijnde vertrek binnen eenige dagen en vroeg verlof om met zijn bezoekster wat te mogen rondwandelen in den gestichtstuin.

De portier, die reeds van de komende dingen op de hoogte scheen te zijn, vond het goed. Hij geleidde hen naar den uitgang, rammelde met zijn sleutelbos en ontsloot de hoofddeur. Beiden begaven zich nu op de grintpaden en pratend en met welgevallen de frissche zeelucht inademende, passeerden ze verscheidene paviljoenen, totdat ze, aan de grens van den tuin gekomen, een bank gevonden hadden, waarvan ze uitzagen over uitgestrekte landerijen, tot aan Naaldwijk toe. „O, zei Carolien, die hem onderhand reeds allerlei nieuws uit Rotterdam meegedeeld had, „je zult eens zien wat 'n ander leven we gekregen hebben, thuis. Vader is heelemaal veranderd, je kent hem niet meer. De eerste dagen, nadat je bij ons geweest was, leek het net of hij ergens over liep te tobben, 's Avonds na tafel zei hij haast niets en zat maar stil voor zich uit te staren. Een paar dagen later trof ik hem een avond alleen in de kamer. En ik wist niet wat ik zag. Hij zat met zijn hoofd in zijn handen aan de tafel en het was of hij huilde. Ik zeg: „vader, wat scheelt er aan, bent u niet goed?" En toen stond hij ineens op, met tranen in zijn oogen omhelst hij me. „Ach, Carolien," zegt hij, „ik heb je zoo'n