is toegevoegd aan je favorieten.

De pothoofdplant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOVEMBEROCHTEND

Om zes uur wekte mij een luid geschreeuw en rond de hoeve stommelde veel volk;

ik zag aan het raam het flitsen van een dolk; een donk're straal spoot op de eerste sneeuw.

Geen stem, als van het varken, weent zo moord eerst luid en angstig, dan vol diep geklaag;

— het volk sloeg reeds z'n borrel in de maag, bij het laatste reutelen in bloed versmoord. —

Dan droeg men schragen en een tafel aan, lawaaiig van de vroege brandewijn;

en later lag een blank en kost'üjk zwijn,

dat was van haar en hoef geheel ontdaan.

— slechts aan de keel liep uit een kleine wond gestaag nog bloed, dat spreidde rood en breed . . De kop één gulle lach; elk oog een spleet,

als slapend satisfait en oer-gezond.