is toegevoegd aan uw favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Even sloot ze de oogen; het was goed hier bij hem; kon ze hier voor altijd blijven ...

Ze stond op en nam afscheid. f

„Je ziet pips, kind/' merkte hij op, bezorgd. Toen, z n bril recht zettend, nam hij haar opeens scherp op.

„Wat kijkt u me aan?" vroeg ze met een poging tot scherts en trok nog witter weg om haar mond. Hij schudde glimlachend het hoofd, verwonderd. „Als je oud wordt zie je soms dingen die er niet zijn

kunnen." , , ,

Ze bukte zich snel naar haar tasch die ze had laten

vallen.

Pas bij de deur zag ze naar hem om en knikte hem toe. Hij had alweer z'n boek genomen; over zijn effen trekken lag, als een licht dat ze van binnen uit doorscheen, een uitdrukking van ontrukt-zijn aan z'n omgeving. Bernard zou er zoo uit kunnen zien als hij oud was, zag ze in een smartelijke ontroering.

In het middaguur zat ze in een dokterswachtkamer,

waar alleen vrouwen waren.

„Wilt u maar naar boven gaan, mevrouw," verscheen de

huisknecht in de deur.

Op de trap kwam haar al een vage lucht van lysol en

chloroform tegemoet.

Dan stond ze in een kamer, waar matglazen serre-ramen een doodsch licht binnenlieten, wandelde mechanisch over een rood tapijt, voldeed aan het verzoek van een hand die naar een stoel gebaarde en keek neer op den rand van een donker gebeeldhouwd bureau.

De gewone vragen. Hoe oud? Hebt u kinderen, Op

welke leeftijd hebt u ze gekregen?

„En wat zijn uw klachten, mevrouw?"