is toegevoegd aan je favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zoo slecht uitzien," zegt zij bijwijze van verontschuldiging.

Want zij gaat nu meer uit; meestal alleen, een enkele keer met Alfred. Zij heeft in Amsterdam een paar oude kennissen ontmoet en sedert korten tijd woont ook Hugo er op kamers. In een geleend Fordje komt hij zijn zuster halen en zit met haar in een café of in de bioscoop.

„Wat doet Hugo eigenlijk in Amsterdam?" vraagt Alfred op een ochtend aan het ontbijt. Den vorigen avond is zij met hem uit geweest en pas om één uur thuisgekomen. Het wachten op Peggy — hoe kan hij slapen als zij nog niet thuis is? — heeft hem zenuwachtig gemaakt en hij is jaloersch op Hugo.

„Hij zoekt werk. Hij wil niet meer afstudeeren."

„Dom van hem," vindt Alfred.

„Ach... ik weet het niet. Hoeveel afgestudeerde ingenieurs zoeken vergeefs een baantje. Hij wil iets anders."

„Dan is zijn vocatie voor ingenieur ook niet heel groot," merkt hij eenigszins schamper op.

„Misschien niet. Er is kans dat hij in een groote automobielzaak geplaatst wordt. Als vader hem maar wat kapitaal wou afstaan."

„Je vader heeft het zélf niet."

Een plotselinge, onberedeneerde drift vliegt haar naar 't hoofd. Daar is weer die tegenstand van t oudere geslacht! denkt zij bitter; zij zitten ons dwars, altijd, zonder ooit moeite te doen ons te begrijpen."