is toegevoegd aan uw favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij kijkt verrast op. Maar er is zoo weinig ernst in zijn blik, dat zij gaat denken aan een litteraire houding. Zij wisselen nog wat zinnetjes over en weer; maar er spat geen vonk over tusschen hen en als hij

afscheid van haar neemt, kan zij als in een open boek zijn gedachte lezen: „een aardig vrouwtje, maar te koud om iets mee te beginnen."

Zij lacht hardop. „Ik bedenk mij ineens, dat ik morgenavond met Hugo bij een vriendin ga eten," zegt zij, „het spijt me."

Hij maakt geen andere afspraak en zij stijgt, moe en verlaten, de trap op naar haar kamer.

Den volgenden avond komt Miriam.

Juist was Peggy op 't punt uit te gaan, toen de deur werd geopend en zij tegenover haar vriendin kwam te staan.

De schok deed haar een paar passen achteruit gaan.

„Peggy — gelukkig dat je thuis bent. Ik kreeg je brief pas gisteravond — ik ben een week bij vader geweest in de pastorie. Eerst had ik je willen schrijven — maar ik kom zelf."

peggy leidt haar de kamer in; ontdoet zich van hoed en mantel.

Zij steekt het licht op; laat de gordijnen zakken. Nu ziet zij Miriam pas goed. Zij is veranderd; paffig dik en wit is haar gezicht geworden en de oogen staan wijd omkringd. Het donkere krulhaar is stijf naar achteren getrokken en Peggy ziet hoe slordig zij ge-