is toegevoegd aan uw favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ver kunt doorvoeren. We zijn in een periode van tamelijke rust. De beurs is op het oogenblik een echte wijnberg met de wijngaarden van zijn waardepapieren die flink vrucht geven in een liberaal klimaat ... Wat zeg jij, Helmstrijd?

De procuratiehouder zei een cijfer.

— En nu, zei Henri, terwijl hij voor den spiegel zijn snor opstreek, gaan we even langs Rood Paleis, en dan in de stad een borrel pakken.

Helmstrijd was verdwenen. Tijs stond op, rechtte zich, geeuwde nonchalant met groote losse grijze tanden. Zijn pezen knapten. Hij had ondanks zijn harde jaren iets veerkrachtigs. Henri benijdde hem niet. Hij dacht enkel: hij reikt naar den overkant. Buiten nam hij weer het woord.

— Ik heb geloof ik eigenlijk iets goed te maken aan mevrouw Doom. Ik heb je vroeger gezegd dat het een demon is. Dat is niet waar. Het is een hoogst eigenaardig mensch, en, natuurlijk, het beroep is onmogelijk, maar het is ten slotte een mensch als een ander. Dat onmogelijke beroep heeft haar nu juist heelemaal niet het menschelijke ontnomen. Het is voor haar alleen een beletsel geweest om die evenwichtstoestand te bereiken die je het best kunt samenvatten in