is toegevoegd aan je favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DOODSBED

Eh bien, regardez, Marie-Laure, c'est moi,

madame.

Met den herfst waren de zware regens aangerukt, de zwarte belegeraars die het blauw gijzelden, die het weer vrijlieten. Zon en schaduw, veel zon en schaduw meer. Het verwikkeld complex van het Binnengasthuis lag onder schaduw en zon tegelijk. Eén dakpunt glansde nog van licht terwijl een ander reeds verdween achter pijlende stralen. Het was in zaal A dat de glansen zoo duisterden en de zieke vrouwen zoo keken. Ze waren stil, er was veel te zien. Je zag niet het weerlicht, en hoorde dan eensklaps, dichtbij en een beetje gruwelijk, den donder. Er was een bed, omhoekt van twee groote witlinnen schermen. Je kon tusschen bed en schermen voorzichtig bewegen. Een lichaam in het bed, gekookt van koorts, uitgekookt tot een caricatuur van het origineel, gelijk al wat te lang hing over het vuur. Een lichaam hoogrood, een gezicht hoogrood, als een brij. Het roode haar, zwart geworden, viel uit. Het stierf vóór het vleesch. Het kussen lag vol zwart haar.

Het vleesch dat voor hem had verdiend, voor den kleinen deftigen grootvader, was niet