is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staven van de Goddelijke Alwijsheid die ons leidt. Deze Maartdag was niet minder fraai dan de Meimorgen waarop hij bij Couvee was binnengestapt en met den drempel van den boekwinkel een drempel van zijn leven had overschreden. In een tuin aan den weg zag hij de vette bruine knoppen van een kastanje; de zon lag warm op de straatsteenen voor zijn voeten en hij schopte speels zijn sabel van zich af. Van een glazenlappende dienstbode ving hij een blik; ze riep wat vroolijks naar een kruideniersjongen. Verduiveld! 't was of hij in de oogen van die meid opnieuw de oogen van Conny Vemer had zien spotten, zooals gisteren op de receptie van Karei en May. Zijn plezierige lentestemming viel van hem af; onwillekeurig inspecteerde hij de mouw van zijn jas, denkend aan de spat van dien morgen. Dekselsche heks! ,Staat je goed, Eef, dat groen; maar wat doe je tegenwoordig voor de kost?' — Als was hij een reserve-officiertje! En je savoir-vivre om zoo'n scherts met scherts te beantwoorden laat je op zoo'n moment natuurlijk vierkant in den steek. Veel gedring om die huwelijkscadeaux: vóór hij een mond had kunnen opendoen was haar brutale paarse hoed al weer ettelijke koppen ver van hem weggedreven. Om half één vond hij zijn vriend Eykhorst in de Witte. Eykhorst was in een liefdesavontuur gewikkeld — verdomd kerel, de zaak is zoo in de knoop geraakt als een kluw wol van mijn grootmoeder, je moet me er uit helpen! Toen ze geluncht hadden en Henri Eykhorst was heengegaan (om half twee moest hij weer op zijn bank zijn) bracht de kellner Evert een kaartje:

Mr. HERMAN BEERSCHOOTE Redacteur van Ons Vaderland