is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

greep Willems hand en drukte er een kus op. — Waarom heb ik u niet eerder ontmoet. Yvonne zou ü begrepen hebben. Het is zoo: al dadelijk als wij onze uniform aantrekken begint de verandering. Of eigenlijk: die begint al veel vroeger. Op school al, bij mijn kleine jongen al! Mijn God! Kan men dan zijn eigen kind niet beschermen? Je ziet, je wilt het léven, je hebt geleerd het lief te hebben... en je sluit een bondgenootschap met den dood. Je wilt het beste van jezelf redden: dat wat je van je menschenwaarde bewust heeft gemaakt, en zoodra je tegenover ,den vijand' staat, slacht je je zeiven af in een medemensch! Zeg me, jonge man, ik sméék je: zeg het me: dat het niet zoo is; dat ik dwaal; dat er ergens een fout is in mijn denken, dat gruwelijke, onophoudelijke denken, dat me gemarteld heeft dag op dag; dat ik, nu ik naar het front ga, niet langer dragen kan; dat ik uit mijn hersenen zou willen rukken als een kwaden droom; dat ik uit zou willen spuwen als een moreel defect! O, mijn God, ik heb dat Yvonne niet zoo kunnen uitleggen. Het is het éénige waarin zij mij nooit begrepen heeft.

Hij liet zich tegen den verhoogden berm zinken, steunde zijn hoofd met de ellebogen op de knieën. Hij snikte. Uit het stadje steeg een vaag rumoer van dronken soldaten. De hooge, zwarte toren sloeg een kwartierslag. Er blies een zoele wind over het graan, waartusschen een krekel ratelde. In Willem neuriede een oud, hollandsch liedje uit zijn kindertijd: een haagsch draaiorgel speelde het een lentemorgen op den hoek van de Apendans. Jij wordt geen honderd jaar!'.... Deze man, dacht hij, werd geen acht en twintig. Er zijn menschen, die door de kogels gezocht worden: Alain Fournier, Charles