is toegevoegd aan je favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben we niks dan het brood; bindt je maag maar toe, jongens!

— Ik ben een uilskuiken, Christ, maar we kunnen nieuwe koken. Er is nog vermicelli in de boot.

— Laten we eerst nou maar verder praten, anders dondert-ie toch weer. Je kunt niet praten en soepkoken tegelijk.

— We kunnen eerst soep koken.

— Als meneer erge honger heeft. Ik praat nou maar liever eerst. Ik wou meneer ook nog wat zeggen. U moet niet denken dat ik ondankbaar ben, al zou ik dat geld meneer graag teruggeven.

— Toon me, Christ, dat je dankbaar bent — door nóóit meer over dat geld te praten. Straks, als ik je verteld zal hebben, zul je begrijpen waarom. Dan zul je óók nog wat anders begrijpen: waarom ik — nou ja, waarom ik een soort van zoon in je zie, al ben je dat niet.

— Hebt u dan van mijn moeder gehouden?

Niet wat je zoo onder ,houden' verstaat. Maar

ik zag, dat zij verlaten was, en....

— En u hadt medelijden met haar. Jawel, maar medelijden is de pest van de maatschappij. Ik begrijp best, wat voor een mijn moeder geweest is. Schamen doe ik me er niet voor, een hoerekind te zijn. En mijn moeder verachten? Verachten doe ik de maatschappij, die maakt dat er zulke vrouwen bestaan, en de mannen die ze in 't ongeluk storten! En als ze 'm dat geleverd hebben, dan bidden ze in de kerken voor ze, en maken in den Rijksdag en de stadsregeeringen wetten om ze te beschermen, dat wil dan zeggen: ze te controleeren vanwege de hygiëne in de nette maatschappij. Als ze jong zijn dat zal meneer ook wel weten — dan worden ze in de poly-