is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker ik je, maar ik voelde het te moeten. En drie jaar geleden zag ik Christian voor het eerst terug.

— Als een communist!

— Nee — als een knap werkman, een goed karakter, en als.... een stukje van mijn verleden. Ik voelde opeens dat een verleden niet sterven kan; dat het kind, dat Mary eenmaal verwachtte, ons kind, in dezen jongen.... hoe moet ik het je duidelijk maken.... mij werd teruggegeven. Men kan het leven zoo maar niet vernietigen, Edward...

Edward Johan was opgestaan en liep naar de pendule. Hij stuitte den slinger met zijn hand; de klok stond stil.

— Beste jongen, je bent sentimenteel. En ik moet herhalen: onbeschaamd bovendien. Over het eenmaal gebeurde tusschen Mary en jou zullen wij zwijgen. Het is lang geleden en je hebt haar zoon aan de koffie gezien. Verder spijt het mij, dat ik dien jongen niet helpen kan.

Willem Caers voelde een barstende hoofdpijn; zijn zenuwen waren tot het uiterste gespannen en het was of men een touw om zijn slapen trok. Hij legde zijn hand op zijn oogen en zag in het duister de cel van Christian zittend met gebogen hoofd. Er was een zilte bitterheid in zijn mondhoeken. Dan was er de kamer weer met de strenge meubels, de zware gordijnen, een bronzen Themis in een van de hoeken. Tegen het breede raamvlak op den bloeienden tuin, correct en donker, de silhouet van Edward Johan. Deze starheid — mijn God, hij zal haar breken; hij móet haar breken; en hij springt op. Vóór zijn broer besefte wat er gebeurde had hij zijn vingers om diens schouders geklemd; hij schudde hem door elkaar, den beroemden advocaat, en hij lachte: