is toegevoegd aan je favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schot!

De eerste sprint.

Een plotselinge vermindering van licht. Toch is de avond nog tamelijk helder.

De woelende, broeiende menschen, de kleurige: oranjeroode-blauwe-witzwarte-zwarte-witte-paarse rennerskluwen, het grasveld in het midden van de baan, waarop een paar kleine, houten cabines aan den kant en waar renkarren en wielrenners achteloos door elkaar liggen — het krijgt onder de wijde, glanzende lucht alles zoo'n onwezenlijk aspect, het wordt ijl en vreemd.

Even voelt Jean een lichte duizeling.

Hij knipt met zijn oogen.

Een vreemdheid, die bijna op hetzelfde oogenblik weer van hem wijkt.

Leni knijpt hem in zijn dij.

Hij lacht.

Ongemanierd, breed, lui hangt Leni. Scheef haar geknepen, opzichtig-geverfde mond, verbreed haar heele gezicht als door een lachspiegel.

Bijna leelijk wordt zij, wanneer ze haar omgeving vergeet, haar beroep, haar figuur, haar houding. Zoo, met haar volle borsten tegen de balustrade gedrukt, zou zij op een getrouwde vrouw van vele kinderen lijken, wanneer haar geverfd gezicht niet het andere te frappant had uitgewezen.

Zij rochelt een hoongeluid als een magere zwarte, die langen tijd aan den kop was gegaan, nu een halve baan achter de anderen aan komt sukkelen.