is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit huis en hof verdreven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Enkelen begrepen er niets van, dat die rijke Sloters de crisis niet beter kon weerstaan, anderen verheugden zich over het droeve lot van een collega, nog weer anderen hadden medelijden met de vrouw, doch over het algemeen kon Sloters zelf niet op veel sympathie rekenen. De oorzaak hiervan was, dat Sloters min of meer boven zijn stand geleefd had, liefst omgang zocht met den dokter, den veearts, kortom de voornaamste dorpsnotabelen en gewoonlijk de boeren met kleiner hoeve niet veel telde. Zoo knaagde de laster heinielijk voort, doch Sloters kwam meer en meer tot de overtuiging, dat wat hij nog als geheim meende te kunnen beschouwen, een algemeene bekendheid had verworven. Dat dit zijn credietwaardigheid, die hij nu zoo bitter noodig had, niet zou bevorderen, begreep hij ook en hierover was hij niet zonder zorg.

De eene dag rijde zich aan den anderen en zoo ging de zomer langzaam voorbij. De natuur was Sloters gunstig en zijn landerijen toonden overal een mooien aanblik met een veelbelovend gewas. Zijn aardappelen hadden het geluk gehad slechts weinig afgevroren te zijn, terwijl in zijn omgeving akkers waren, die een heelen tijd opnieuw zwarte aarde geleken, zoo had de vorst er huisgehouden. Zijn rogge was zoo weelderig, dat de halmen nauwelijks staande konden blijven en zijn enkele tarweakkers stonden er goed voor. Aleen gras, dat had hij nauwelijks genoeg voor zijn melkvee doch wanneer het etgroen maar vlug opschoot, dan red ie hij zich daar wel weer uit.

Sloters werkte alle dagen ijverig mede in zijn bedrijf, waar slechts Kool de eenige hulp was. In het begin van den zomer waren ze met hun beiden handen tekort gekomen, doch later waren ze het werk baas geworden en voor het maaien van het graan, kwamen ze beiden wat op verhaal. Ofschoon het Sloters moeilijk viel, had hij het toch volgehouden en eenige akkers koren gezicht, wat hij in geen jaren gedaan had. Hij deed het ook niet voor plezier, doch om eenige tientallen guldens in den zak te houden. Buren en dorpsgenooten hadden er ook van opgekeken, dat hij daar in de brandende zon stond het graan schoof na schoof te maaien.

Geld! daar draaide alles om bij Sloters. Toen hij al zijn koren aan hokken had staan was zijn beurs bijna plat, zijn brandkast was al lang leeg en hij wist niet hoeveel huishoud-