is toegevoegd aan uw favorieten.

Onbewoonbare wereld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kreeg hij ten antwoord dat meneer er niet was. 'n Andere keer was meneer in conferentie, ten slotte liet men hem toe. Door 'n porte brisée die niet sloot trad hij in 't allerheiligste. Daar troonde 'n omvangrijk heer met kalen schedel en 'n enorme neus.

„Wie bent u," klonk 't brommerig. Hij zei wie hij was. De man drukte op 'n knop, 'n loopjongen trad binnen, die hij kortaf beval: „Manuscript van Thorn". Het werd gebracht, hij bladerde erin, terwijl Robert zenuwachtig wachtte. Opeens stiet de uitgever 'n hoongelach uit: „Dat lijkt allemaal niet kwaad en 't is toch zoo bizonder slecht. U zult ongetwijfeld iemand vinden, maar voor mij is dat niets. Het is niet van onze tijd die objectieve karakterteekening verlangt, 't is misschien iets voor de toekomst of van 't verleden, eenzijdig, alfes zwart of wit, heel slecht," en hij gooide 't hem toe: „Dag meneer Van Thorn — en heel onsympathiek'^, voegde 'hij er door de wet van de traagheid aan toe, terwijl hij zich ophief. Het karikaturaalOoodsche van de dikken buik met gouden ketting en die laatste woorden bleven den ontmoedigden schrijver bij. Hij vond inderdaad 'n uitgever en vele beoordeelaars, onder welke Wipper, die hem prezen, Wipper, zelfs tot in de hemelen, zeggend dat er 'n nieuwe literatuursoort was, romantisch en toch psychologisch verantwoord. Donge tijdschriften drukten zijn verrassende invallen, hij prees daarin en werd geprezen. Hij voelde vaak waaraan het publiek behoefte had. Na den oorlog schreef hij tegen de oorlog, tegen Rusland. Elk jaar verscheen 'n boek, Modder en Maagden behandelde de Bela Kun-episode in Hongarije op 'n oogenblik dat die door 'n communisten-proces weer actueel was geworden. Zijn pamfletten over alles en nog wat werden gretig gelezen, zij boeiden en gingen niet te diep.

Daar was nu 'n duidelijke verandering in gekomen.

Duist van zijn reis terug, had hij zijn impressies in Frankrijk ontworpen, terugontvangen van 'n groot weekblad met de woorden: „Te vluchtig, amice, jou onwaardig." Hij ziedde,