is toegevoegd aan je favorieten.

Onbewoonbare wereld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ludo, had gezien, hoe hij zoo even, jong en eigenzinnig, zijn arm niet had opgestoken. Hij zat naast 'n vervelend geelharig wicht, dochter van den directeur der drukkerij. Niets voor hem. Hij speelde met het menu.

Men begon Wipper te plagen. Z'n bleek gezicht werd roze, de plagerijtjes over z'n afkomst werden steeds talrijker. Ze hebben weer wat op, de Ariërs dacht hij en hij glimlachte zoetsappig.

„Och m'n waarde," zei hij lijzig, „dat zal ik je 's gauw zeggen: louter toeval. Toeval heeft me doen geboren worden tusschen dat volk, waarmee ik niets gemeen heb, uiterlijk nog innerlijk. 3a ik was wel Israëliet, wat de godsdienst betrof, maar van jongs af aan voelde ik Kristelijk en daarom ben ik nu ook Protestant." Robert die weer vergeten was dat Wipper hem zoo aardig had beschreven, moest hem nu ook 'n beetje tergen. Hij voelde niet hoe Eugenie hem aan de mouw trok.

„Zeg, collega," begon hij gezapig en breeduit, dan schoot hij 'n volle coupe Heidsieck in z'n keel. „Hoe denk je eigenlijk over de Doden ... Als geloovig fascist hoor je toch antisemiet te zijn."

Wipper bewoog zijn hoofd heen en weer.

„De moet 'n onderscheid maken, versta goed, tusschen jodenhaat en antisemietisme. 't Eerste veroordeel ik, 't laatste niet. Als bij de Doden iemand 'n goede daad heb gedaan, dan zeggen ze: De heb als 'n Christ gehandeld..." Lijzig had hij 't gezegd, speurde dan met zijn kleine oogjes rond om te zien hoe men deze hommage opnam. Mevrouw Van Thorn schoof onwillekeurig 'n weinig op zij, ze kreeg weer 'n gevoel van onwelzijn of plotseling 't eten haar te zwaar werd. 't Was stil, waarschijnlijk geloofde niemand hem. Vol verachting keek Coemans — naar zijn nagels. Wipper werd verlegen: „Weet je wat ik op de Doden tegen heb... 't revolutionnaire weet je, als zoodanig zijn ze gevaarlijk, moeten ze zonder pardon..." hij streek langs zijn witte bakkebaarden, „behandeld worden, en dan in de handel —, be-